Vreemdelingenrecht

Bewaring, artikel 59a Vw 2000, ongegrond.

Rechtbank Den Haag, 10 augustus 2023

Zaakgegevens

Op 10 augustus 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
10 augustus 2023
Datum publicatie
18 augustus 2023
Zaaknummer
NL23.21783 en NL23.21781
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:12361
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bewaring, artikel 59a Vw 2000, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummers: NL23.21783 en NL23.21781


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken van 10 augustus 2023 tussen


[naam] , v-nummer: [nummer] ,

[naam] , v-nummer: [nummer] ,

eisers

(gemachtigde: mr. H.K. Jap A Joe),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

(gemachtigde: Mr. F.S. Schoot).


Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser en eiseres tegen het bestreden besluit van 27 juli 2023, waarin de staatssecretaris aan eisers de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) heeft opgelegd. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

1.2.

De rechtbank heeft de beroepen gevoegd behandeld op de zitting van 8 augustus 2023. Eisers zijn niet verschenen omdat op het moment van de zitting werd getracht hen over te dragen aan de Tsjechische autoriteiten. Gemachtigde is – zonder bericht van verhindering – niet verschenen. De staatssecretaris is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

Beoordeling door de rechtbank

3. In de maatregel van bewaring heeft de staatssecretaris overwogen dat de bewaring noodzakelijk is omdat er een significant risico bestaat op onderduiken.

4. Eisers hebben de door de staatssecretaris aan de maatregel van bewaring ten grondslag gelegde gronden, als ook de motivering daarvan, en het daaruit voortvloeiende significante risico op onttrekking niet betwist. In de door de staatssecretaris en eisers verstrekte gegevens ziet de rechtbank geen grond om, ambtshalve toetsend, te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de inbewaringstelling van eisers rechtmatig is en de staatssecretaris geen schadevergoeding aan eisers hoeft te betalen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. N. El Amrani, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Vergelijk HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858.