Vreemdelingenrecht
PV mondelinge uitspraak, verblijfsgat, toerekenbaarheid te late indiening, strijd met evenredigheidsbeginsel…
Rechtbank Den Haag, 6 oktober 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:15369 · Rechtbank Den Haag · 6 oktober 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-15369
Zaakgegevens
Op 6 oktober 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 6 oktober 2023
- Datum publicatie
- 12 oktober 2023
- Zaaknummer
- NL23.13376
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:15369
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
PV mondelinge uitspraak, verblijfsgat, toerekenbaarheid te late indiening, strijd met evenredigheidsbeginsel, beroep ongegrond
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.13376 en NL23.13378
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam 2] en [nummer 1], eisers
V-nummer: [nummer 1] en [nummer 2]
(gemachtigde: mr. M.S. Yap),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigden: mr. R.A.J. van de Kamp en mr. K. Kanters).
Procesverloop
In het besluit van 7 april 2023 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers tegen het ontstaan van een onderbreking in hun verblijfsrecht kennelijk ongegrond verklaard.
Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 4 oktober 2023 op zitting behandeld in Breda. Eisers hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. Kanters.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Uit artikel 26, eerste lid, van de Vw volgt dat de verblijfsvergunning wordt verleend met ingang van de dag waarop de vreemdeling heeft aangetoond aan alle voorwaarden te voldoen, maar niet eerder dan met ingang van de dag waarop de aanvraag is ontvangen. Uit het derde lid volgt dat als de verlenging niet tijdig is ingediend en hem dit niet is toe te rekenen, de vergunning toch kan worden verleend vanaf het moment dat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning is afgelopen.
2. Volgens paragraaf B1/6.1 van de Vc wordt termijnoverschrijding niet toegerekend wanneer deze niet meer vier weken beloopt. Hier gaat het om een termijnoverschrijding van meer dan vier weken, namelijk 37 dagen. De aanvraag is dus negen dagen te laat ingediend. Dit is toerekenbaar. Er is een herinneringsbrief verstuurd aan eisers en de rechtbank stelt vast dat er een telefoongesprek met eiseres heeft plaatsgevonden over de vraag of het mogelijk is om de aanvraag schriftelijk in te dienen. Uit de gespreksnotitie die verweerder ter zitting heeft weergegeven blijkt dat is geantwoord dat het inderdaad mogelijk is om de aanvraag schriftelijk in te dienen. Als er dan toch nog verwarring heerst, ligt het op de weg van eisers om tijdig hulp in te roepen van anderen, en dat is niet gebeurd. Dit is toerekenbaar aan eisers.
3. Vervolgens is de vraag of van het beleid had moeten worden afgeweken en of het besluit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Hoewel het nu langer gaat duren om naturalisatie aan te vragen, loopt daar nu weer een termijn voor en na die termijn kan alsnog naturalisatie worden aangevraagd. Gelet daarop is het toerekenen van de termijnoverschrijding niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel en verweerder had niet van het beleid hoeven afwijken. Het artikel in A&MR leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank gaat uit van de jurisprudentie zoals aangehaald door verweerder in zijn verweerschrift. De rechtbank ziet geen aanleiding om van deze jurisprudentie af te wijken.
4. Het beroep is ongegrond. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 oktober 2023 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. U ziet deze datum hierboven.