Vreemdelingenrecht
Aanvraag mvv – alleenstaande minderjarige – een van de ouders al aanwezig in Nederland – artikel 8 EVRM –…
Rechtbank Den Haag, 6 november 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:17028 · Rechtbank Den Haag · 6 november 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-17028
Zaakgegevens
Op 6 november 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 6 november 2023
- Datum publicatie
- 9 november 2023
- Zaaknummer
- AWB 23/2119
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:17028
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aanvraag mvv – alleenstaande minderjarige – een van de ouders al aanwezig in Nederland – artikel 8 EVRM – motiveringsgebrek - ongegrond
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 23/2119
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , eiseres
V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. E.S. van Aken)
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. S.J.R.R. Brock).
Procesverloop
Bij besluit van 16 maart 2022 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor een mvv voor het doel ‘nareis asiel’ afgewezen.
Bij besluit van 1 februari 2023 heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 28 september 2023 in Breda. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Verder is [naam referente] , referente, verschenen.
Overwegingen
1. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Eritrese nationaliteit te hebben. Zij stelt de moeder van referente te zijn. Referente heeft namens eiseres een aanvraag ingediend voor een mvv in het kader van nareis asiel.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag ongegrond verklaard. Verweerder heeft overwogen dat referente niet onder de definitie valt van een alleenstaande minderjarige zoals opgenomen in de Gezinsherenigingsrichtlijn. De biologische vader van referente verbleef namelijk al in Nederland op het moment dat referente in Nederland aankwam. Verweerder heeft verder overwogen dat er geen aanleiding bestaat om een toetsing aan artikel 8 van het EVRM te verrichten. Hiervoor dient eiseres een reguliere aanvraag in te dienen.
3. Op wat eiseres daartegen aanvoert, wordt hierna ingegaan.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Alleenstaande minderjarige
4. Eiseres voert aan dat referente wel degelijk een alleenstaande minderjarige in de zin van de Gezinsherenigingsrichtlijn is. Referente heeft de gezinsband met haar vader verbroken. Nadat referente als minderjarige een zelfstandige verblijfsvergunning asiel heeft gekregen, heeft zij de mvv-aanvraag ingediend voor eiseres. Verweerder heeft dan ook ten onrechte geconcludeerd dat niet wordt voldaan aan de nareiscriteria.
5. Op grond van artikel 29, tweede lid, aanhef en onder c, van de Vw kan aan een ouder van een alleenstaande minderjarige in de zin van artikel 2, aanhef en onder f, van de Gezinsherenigingsrichtlijn een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend.
In artikel 2, aanhef en onder f, van de Gezinsherenigingsrichtlijn is een alleenstaande minderjarige gedefinieerd als een onderdaan van een derde land of een staatloze jonger dan 18 jaar die zonder begeleiding van een krachtens de wet of het gewoonterecht verantwoordelijke volwassene op het grondgebied van een lidstaat aankomt, zolang hij niet daadwerkelijk onder de hoede van een dergelijke volwassene staat, of een minderjarige die zonder begeleiding wordt achtergelaten nadat hij op het grondgebied van de lidstaat is aangekomen.
6. Verweerder heeft terecht geconcludeerd dat referente geen alleenstaande minderjarige is in de zin van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Daarbij heeft verweerder terecht betrokken dat referente Nederland is binnengereisd in het kader van nareis bij haar vader en onder zijn hoede is genomen. Zij heeft immers sindsdien meerdere jaren bij haar vader verbleven. De omstandigheid dat referente stelt wegens onenigheid inmiddels niet meer bij haar vader te wonen, maakt niet dat zij nu alsnog moet worden aangemerkt als een alleenstaande minderjarige. De beroepsgrond slaagt niet.
7 Eiseres voert verder aan dat, voor zover niet zou zijn voldaan aan de criteria voor nareis, ten onrechte niet is getoetst aan artikel 8 van het EVRM. Eiseres en referente hebben nauwe contacten en tussen hen is sprake van gezinsleven.
8. Eerst ter zitting heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat artikel 3.6b, aanhef en onder c, van het Vb, waaruit de zogenoemde doortoetsingsbevoegdheid volgt, niet van toepassing is in het geval van eiseres. Dit artikel ziet namelijk op situaties waarin uitzetting aan de orde is en dat hier niet het geval.
9. De rechtbank volgt verweerder in zijn toelichting ter zitting dat artikel 3.6b, aanhef en onder c, van het Vb niet van toepassing is in het geval van eiseres en dat daarom geen bevoegdheid bestond om te toetsen aan artikel 8 van het EVRM. Nu verweerder zich voor het eerst ter zitting op dit standpunt heeft gesteld en aan het bestreden besluit een andere en ontoereikende motivering ten grondslag heeft gelegd, bevat het bestreden besluit naar het oordeel van de rechtbank een motiveringsgebrek. De rechtbank ziet echter aanleiding om dit motiveringsgebrek te passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Awb, omdat eiseres niet in haar belangen is geschaad.
Conclusie
10. Het beroep is ongegrond.
11. Gelet op de toepassing van artikel 6:22 van de Awb veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.674 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, bedrag per punt € 837 en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.674
(duizendzeshonderdvierenzeventig euro).
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, op 31 oktober 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De rechter is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.