Vreemdelingenrecht

Regulier, beroep ongegrond, leges zijn niet betaald, verweerder mocht het verzoek voor een…

Rechtbank Den Haag, 19 september 2023

Zaakgegevens

Op 19 september 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
19 september 2023
Datum publicatie
16 november 2023
Zaaknummer
AWB 23/4779
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:17488
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Regulier, beroep ongegrond, leges zijn niet betaald, verweerder mocht het verzoek voor een verblijfsvergunning buiten behandleing stellen

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 23/4779

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter van 19 september 2023 in de zaak tussen

[eiser] , geboren op [geboortedatum] 1966, van Marokkaanse nationaliteit, eiser,

V-nummer: [V nummer]

(gemachtigde: mr. A.J. El Kadi),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. W. Epema).

Procesverloop

Bij besluit van 4 maart 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser van 18 januari 2022 voor een verblijfsvergunning voor een ‘langdurig ingezetenen derdelander’ buiten behandeling gesteld, omdat de leges niet zijn betaald.

Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Eiser heeft verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar.

Bij besluit van 18 april 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser kennelijk ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 september 2023. Eiser is – zonder voorafgaand bericht – niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Feiten in deze zaak

1. Eiser heeft op 21 december 2021 een aanvraag gedaan voor verblijf als familie- of gezinslid bij [A] (code 340). De legeskosten hiervan bedragen € 192,-. Op 18 januari 2022 is eiser met zijn gemachtigde aan het IND loket verschenen, waarbij hij een nieuwe aanvraag heeft ingediend voor toetsing naar EU recht als langdurig ingezetenen derdelander en echtgenoot of partner van een EU onderdaan (code 320). De legeskosten hiervan bedragen € 207,-. Op 18 januari 2022 heeft eiser aan het loket de legeskosten voor de eerste aanvraag voor verblijf bij verblijf als familie- of gezinslid bij [A] (code 340) ter hoogte van

€ 192,- betaald. Hiervan bevindt zich een kassabon in het dossier. Deze aanvraag is op 22 februari 2022 afgewezen. Bij besluit van 7 december 2022 is het hiertegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en is aan eiser verblijfsrecht gegeven met als doel ‘verblijf als familie- en gezinslid bij [A] ’.

2. Op 2 februari 2022 heeft verweerder aan eiser een brief gestuurd waarin eiser wordt medegedeeld dat de legeskosten voor toetsing naar EU recht als langdurig ingezetenen derdelander en echtgenoot of partner van een EU onderdaan (code 320) nog moet worden betaald, binnen een termijn van twee weken. Op 4 maart 2022 heeft verweerder de aanvraag van eiser buiten behandeling gesteld, omdat de legeskosten van deze aanvraag niet zijn voldaan.

3. Eiser voert aan dat de legeskosten zijn betaald. Daarnaast is hij ten onrechte niet gehoord in de bezwaarfase, wat in strijd is met Werkinstructie 2022/20. Verder is verweerder een dwangsom verschuldigd voor het niet tijdig nemen van het bestreden besluit.

4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser de legeskosten niet heeft betaald. Het bezwaar is daarom kennelijk ongegrond. Verweerder heeft eiser niet hoeven horen, omdat vast staat dat eiser de legeskosten niet heeft betaald. Dit is in lijn met de Werkinstructie 2022/20. Daarnaast hoeft bij een kennelijk ongegrond bezwaar geen dwangsom betaald te worden, volgens artikel 4:17, zesde lid, van de Awb.

Het oordeel van de rechtbank

5. De rechtbank overweegt als volgt. Artikel 24, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw) bepaalt dat de vreemdeling leges verschuldigd is voor de afdoening van de aanvraag. Als betaling achterwege blijft, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

6. Uit de stukken blijkt niet dat eiser de vereiste legeskosten heeft betaald. Enkel de legeskosten voor de aanvraag van 21 december 2021 voor verblijf bij verblijf als familie- of gezinslid bij [A] , ter hoogte van € 192,- zijn betaald (code 340). Omdat eiser de vereiste legeskosten niet heeft betaald, heeft verweerder de aanvraag van eiser terecht buiten behandeling gesteld en is het bezwaar van eiser terecht kennelijk ongegrond verklaard. De beroepsgrond slaagt niet.

7. Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder eiser niet heeft hoeven horen in bezwaar. Het is duidelijk dat hij zijn leges niet heeft betaald en een hoorzitting had dit niet anders gemaakt. Dit is in lijn met de Werkinstructie 2022/20. Ook volgt de rechtbank verweerder in zijn standpunt dat er geen dwangsom betaald hoeft te worden, volgens artikel 4:17, zesde lid, van de Awb.

8. Het beroep is ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.A.W.M. Engels, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 september 2023.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.