Vreemdelingenrecht
tijdelijke bescherming - te laat, termijnoverschrijding niet verschoonbaar, NO
Rechtbank Den Haag, 24 november 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:18296 · Rechtbank Den Haag · 24 november 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-18296
Zaakgegevens
Op 24 november 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 24 november 2023
- Datum publicatie
- 28 november 2023
- Zaaknummer
- NL23.31673
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:18296
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
tijdelijke bescherming - te laat, termijnoverschrijding niet verschoonbaar, NO
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.31673
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. H.T. Gerbrandy),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. A.J. Rossingh).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris van 24 augustus 2023 waarbij deze aan eiser heeft medegedeeld dat zijn recht op tijdelijke bescherming, als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG (de Richtlijn) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 (het Uitvoeringsbesluit), eindigt op 4 september 2023.
Op 3 juli 2023 heeft de staatssecretaris zijn voornemen kenbaar gemaakt om de tijdelijke bescherming van eiser op 4 september 2023 te beëindigen. Eiser heeft geen zienswijze ingebracht. Vervolgens is het bestreden besluit genomen, waartegen het beroep zich richt.
De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 10 november 2023 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de staatssecretaris.
Beoordeling door de rechtbank
Is het beroepschrift te laat ingediend?
2. De rechtbank moet eerst beoordelen of het beroep van eiser wel ontvankelijk is. Het bestreden besluit is namelijk gedateerd op 24 augustus 2023 en het beroepschrift van eiser is pas op 5 oktober 2023 door de rechtbank ontvangen. Dat is later dan de wettelijke termijn van vier weken waarbinnen het beroepschrift moet zijn ontvangen. Eiser betwist niet dat hij het besluit heeft ontvangen. Ook bestrijdt eiser op zichzelf niet de verzending van het besluit en de datum van bekendmaking van het besluit op 24 augustus 2023. De rechtbank gaat er daarom van uit dat het bestreden besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, zodat eiser te laat beroep heeft ingesteld. De gemachtigde van eiser erkent in de brief van 31 oktober 2023 dat het beroepschrift te laat is ingediend, maar beroept zich op artikel 6:11 van de Awb omdat hij meent dat in redelijkheid niet geoordeeld kan worden dat eiser in verzuim is geweest.
Is de termijnoverschrijding verschoonbaar?
De rechtbank is van oordeel dat de termijnoverschrijding in dit geval niet verschoonbaar is. Een termijnoverschrijding is verschoonbaar als de oorzaak redelijkerwijs niet aan eiser is toe te rekenen. Het ligt op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat hij tijdig beroep heeft ingesteld, dan wel in eisers specifieke geval dat hij tijdig de Raad voor Rechtsbijstand heeft ingeschakeld. In het onderhavige geval is niet duidelijk wanneer eiser de nodige maatregelen heeft getroffen om de termijn voor het instellen van een beroep veilig te stellen door de Raad voor Rechtsbijstand in te informeren, zoals de gemachtigde van eiser ook heeft erkend. Uit de overgelegde stukken is wel gebleken dat de gemachtigde van eiser op 25 september 2023 om 16:54 uur door de Raad voor Rechtsbijstand aan eiser is toegewezen. Dit is na het verstrijken van de wettelijke beroepstermijn. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze toewijzing buiten de beroepstermijn het gevolg is geweest van enige vertraging of achterstanden bij de Raad van Rechtsbijstand. De termijnoverschrijding is dus niet verschoonbaar.
Conclusie en gevolgen
3. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, rechter, in aanwezigheid van
A. Hoekstra, griffier. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.