Vreemdelingenrecht
RTB derdelanders Oekraïne, verwijzing naar de MK-uitspraak van 30 oktober 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:16291…
Rechtbank Den Haag, 1 december 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:18598 · Rechtbank Den Haag · 1 december 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-18598
Zaakgegevens
Op 1 december 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 1 december 2023
- Datum publicatie
- 1 december 2023
- Zaaknummer
- NL23.25297
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:18598
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
RTB derdelanders Oekraïne, verwijzing naar de MK-uitspraak van 30 oktober 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:16291, verweerder is bevoegd de tijdelijke bescherming van de facultatieve groep, waaronder eiser valt, (tussentijds) te beëindigen, de beëindiging is niet in strijd met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, de beroepsgronden die zijn gericht tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming, slagen niet.
Het bestreden besluit, voor zover dit betrekking heeft op het terugkeerbesluit, moet worden vernietigd. Het beroep is gegrond.
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 1 december 2023deze uitspraak
ECLI:NL:RBDHA:2023:18598
Raad van State · 8 februari 2024
ECLI:NL:RVS:2024:525(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.25297
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , van Algerijnse nationaliteit, eiser
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.C.M.E. Schijvenaars),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. B.W. Zagers).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 18 augustus 2023 waarbij verweerder aan eiser heeft medegedeeld dat zijn recht op tijdelijke bescherming, als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG (de Richtlijn) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 (het Uitvoeringsbesluit) , eindigt op 4 september 2023.
Op 3 juli 2023 heeft verweerder zijn voornemen kenbaar gemaakt om de tijdelijke bescherming van eiser op 4 september 2023 te beëindigen. Eiser heeft zijn zienswijze ingebracht. Vervolgens is het besluit genomen, waartegen het beroep zich richt. Op 22 augustus 2022 is de door eiser ingediende asielaanvraag buiten behandeling gesteld.
Het door eiser ingediende verzoek om voorlopige voorziening is op 2 september 2023 toegewezen (NL23.25298).
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 13 november 2023 op zitting behandeld. Aan de zitting hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt de beëindiging van de tijdelijke bescherming aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
Beëindiging tijdelijke bescherming
3. De rechtbank overweegt dat bij uitspraak van 30 oktober 2023 de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats heeft geoordeeld dat verweerder bevoegd is de tijdelijke bescherming voor de groep die is aangeduid als de facultatieve groep, waaronder eiser valt, (tussentijds) te beëindigen (hierna: de MK-uitspraak). Ook is in die uitspraak geoordeeld dat de beëindiging niet in strijd is met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel.
De rechtbank stelt vast dat de beroepsgronden van eiser eveneens betrekking hebben op de bevoegdheid van verweerder en het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. In hetgeen eiser naar voren heeft gebracht, ziet de rechtbank geen aanleiding om anders te oordelen dan in de MK-uitspraak. De rechtbank maakt de dragende overwegingen in die uitspraak tot de hare. De beroepsgronden van eiser die zijn gericht tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming slagen niet.
Terugkeerbesluit
4. De rechtbank overweegt dat in het verweerschrift van 6 november 2023 is aangegeven dat het bestreden besluit ten onrechte is aangemerkt als een terugkeerbesluit, omdat ten tijde van het bestreden besluit nog niet was beslist op de aanvraag voor een asielvergunning. Verweerder heeft aangegeven dat het bestreden besluit wordt ingetrokken voor zover dat ziet op het terugkeerbesluit. Een besluit tot intrekking als bedoeld in artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is niet genomen.
De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit, voor zover dit betrekking heeft op het terugkeerbesluit, gelet op wat hiervoor is overwogen moet worden vernietigd. De rechtbank verklaart het beroep van eiser daarom gegrond.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is gegrond, omdat ten onrechte een terugkeerbesluit is genomen. Dit is in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover daarin een terugkeerbesluit is genomen. Voor het overige is het beroep ongegrond en blijft het bestreden besluit in stand. Dit betekent dat de tijdelijke bescherming van eiser wordt beëindigd.
6. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten die eiser heeft moeten maken voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De rechtbank stelt deze kosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van de beroepschrift en wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank:
-
verklaart het beroep gegrond;
-
vernietigt het bestreden besluit voor zover daarin een terugkeerbesluit is genomen en laat het bestreden besluit voor het overige in stand;
-
veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. E.A. Ruiter, griffier. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak bekend is gemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.