Vreemdelingenrecht
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag mvv nareis. Aanvraag omgezet naar 8 EVRM. Beroep niet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag, 15 december 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:19896 · Rechtbank Den Haag · 15 december 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-19896
Zaakgegevens
Op 15 december 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 15 december 2023
- Datum publicatie
- 15 december 2023
- Zaaknummer
- NL23.25515
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:19896
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag mvv nareis. Aanvraag omgezet naar 8 EVRM. Beroep niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.25515
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R. Roelofsen),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
Procesverloop
Eiseres heeft op 25 januari 2022 een aanvraag ingediend om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] (referent) in het kader van nareis.
Bij brief van 18 januari 2023 heeft eiseres de staatssecretaris in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op deze aanvraag.
Op 29 maart 2023 heeft eiseres de aanvraag omgezet naar een aanvraag voor een mvv op grond van artikel 8 van het EVRM.
Eiseres heeft vervolgens op 31 augustus 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De staatssecretaris heeft geen verweerschrift ingediend.
Overwegingen
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
3. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
4. De rechtbank stelt vast dat eiseres de staatssecretaris op 18 januari 2023 in gebreke heeft gesteld omdat hij niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 25 januari 2022. De rechtbank stelt voorts vast dat eiseres haar aanvraag op 29 maart 2023 in overleg met de staatssecretaris heeft omgezet naar een aanvraag voor een mvv op grond van artikel 8 van het EVRM. Dat betreft een andere procedure, waarvoor een ander toetsingskader geldt dan voor de oorspronkelijke aanvraag van 25 januari 2023 en waarvoor op grond van artikel 1.25 van het Vreemdelingenbesluit een nieuwe aanvraag gedaan moet worden. Naar het oordeel van de rechtbank ontvalt met de omzetting van de aanvraag naar een ander doel het procesbelang bij het voortduren van de onderhavige procedure aangaande het nemen van een beslissing op die oorspronkelijk aanvraag. Eiseres heeft hierdoor immers zelf aangegeven geen prijs meer te stellen op een beslissing op haar oorspronkelijke aanvraag en in feite een nieuwe aanvraag gedaan. Daardoor bestaat er geen procesbelang meer bij een beoordeling van de vraag of op die aanvraag tijdig was beslist.
5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling ziet de rechtbank geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.C. Drenten-Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.