Vreemdelingenrecht
Dublin, Portugal, art. 17 Dublinverordening, ogg.
Rechtbank Den Haag, 27 september 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:21217 · Rechtbank Den Haag · 27 september 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-21217
Zaakgegevens
Op 27 september 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 27 september 2023
- Datum publicatie
- 11 januari 2024
- Zaaknummer
- NL23.21404 en NL23.21405
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21217
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin, Portugal, art. 17 Dublinverordening, ogg.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.21404 en NL23.21405
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)
(gemachtigde: mr. H.A. Jeuring),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden beluit van 24 juli 2023 niet in behandeling genomen omdat Portugal verantwoordelijk is voor de aanvraag.
Beoordeling door de rechtbank
Geen zitting
2. De rechtbank houdt in deze zaak geen zitting. Het beroep is namelijk kennelijk ongegrond. Hieronder legt de rechtbank dit uit.
Waar gaat deze zaak over?
3. Eiser stelt de Somalische nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 2005. Verweerder heeft eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen, omdat Portugal verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling daarvan.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser verzoekt allereerst om al hetgeen dat eiser in deze procedure naar voren heeft gebracht als herhaald en ingelast te beschouwen. Verder stelt eiser dat Portugal zijn internationale verplichtingen tegenover hem niet is nagekomen, waardoor er sprake is van een schending van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Zo werd eiser door Portugal duidelijk gemaakt dat hij slechts enkele maanden opvang zou krijgen, waarna eiser zelf zijn opvang zou moeten regelen. Dit terwijl eiser alleen de Somalische taal spreekt en toen pas 18 jaar oud was. Mede gelet hierop kan niet van eiser worden verlangd dat hij zich hierover zou beklagen bij de Portugese autoriteiten, ook omdat hij verder geen enkele informatie of begeleiding hierbij heeft ontvangen. Dit alles leidt tot een schending van de Opvangrichtlijn. Daarnaast beroept eiser zich op artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening, aangezien er in zijn geval sprake is van bijzondere individuele omstandigheden waardoor een overdracht aan Portugal tot onevenredige hardheid zal leiden. Verweerder heeft in het bestreden besluit onvoldoende rekening gehouden met de argumenten van eiser, waardoor het oordeel hierover onjuist en onvoldoende gemotiveerd is.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. In Dublinzaken geldt het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit houdt in dat verweerder er als uitgangspunt op mag vertrouwen dat andere lidstaten zich houden aan hun verplichtingen uit het Unierecht en mensenrechtenverdragen. Het ligt op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval niet mogelijk is.
Naar het oordeel van de rechtbank is eiser hierin niet geslaagd. De rechtbank ziet in hetgeen eiser heeft aangevoerd geen aanleiding om anders te oordelen. Eiser heeft geen stukken overlegd waaruit blijkt dat Portugal zich ten opzichte van hem niet aan zijn internationale verplichtingen houdt of dat er in Portugal sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen van de asielprocedure en opvangvoorzieningen. Uit het persoonlijk relaas van eiser valt ook niet af te leiden dat de asielprocedure niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Hierbij merkt de rechtbank op dat eiser geen asiel heeft aangevraagd in Portugal, waardoor hij ook niet uit eigen ervaring kan zeggen dat er sprake is van structurele tekortkomingen in de Portugese asielprocedure.
De Portugese autoriteiten hebben middels het claimakkoord gegarandeerd dat het verzoek om internationale bescherming in behandeling genomen zal worden. Hierbij is van belang dat de verdragen en Europese richtlijnen ook gelden ten aanzien van de asielprocedure in Portugal. Verweerder mag er in het geval van eiser dan ook vanuit gaan dat Portugal zijn verdragsverplichtingen na zal komen en voor passende zorg en opvang zal zorgen. Voor klachten en andere voorkomende problemen heeft eiser de mogelijkheid om zich te wenden tot de Portugese autoriteiten. Niet is gebleken dat eiser zich over zijn bedenkingen, ook al is eiser de Portugese taal niet machtig en net 18 jaar, niet zou kunnen beklagen bij de Portugese (hogere) autoriteiten, dan wel de geëigende instanties.
6. De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder in hetgeen eiser naar voren heeft gebracht, in redelijkheid geen bijzondere, individuele omstandigheden aanwezig heeft hoeven achten die maken dat eisers overdracht aan Portugal van een onevenredige hardheid getuigt. Verweerder heeft de asielaanvraag dan ook niet in behandeling hoeven nemen op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. Voorts ziet de rechtbank geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het bestreden besluit onjuist en onvoldoende gemotiveerd is. Er is dan ook geen aanleiding voor de conclusie dat eiser niet kan worden overgedragen aan Portugal.
Conclusie en gevolgen
7. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank twijfelt hier niet over. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond.
8. Nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.
9. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van A.E. Wadman, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak op het beroep, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.