Vreemdelingenrecht

bewaring; vervolgberoep; Marokko; zicht op uitzetting; ongegrond; dat het onderzoek lang duurt is niet…

Rechtbank Den Haag, 2 november 2023

Zaakgegevens

Op 2 november 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
2 november 2023
Datum publicatie
22 januari 2024
Zaaknummer
NL23.33352
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:21477
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

bewaring; vervolgberoep; Marokko; zicht op uitzetting; ongegrond; dat het onderzoek lang duurt is niet doorslaggevend; kopie geboorteakte is onvoldoende om rechtsplicht te voldoenn

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.33352

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.J. van der Vlis), en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: M. Lorier ).

Procesverloop

Verweerder heeft op 12 maart 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.

Eiser heeft hierop gereageerd.

Vervolgens heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1997.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 15 september 2023 (in de zaak NL23.27645) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.

4. Eiser voert aan dat er geen zicht op uitzetting is en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. De aanvraag voor een laissez passer (lp) dateert van maart 2023. De Marokkaanse autroiteiten hebben toegezegd dat niet voor alle aanvragen voor een lp een presentatie in persoon vereist is. Deze informatie is inmiddels van drie maanden geleden en tot op heden is er geen informatie bekend omtrent de afgifte van een lp voor eiser. Eiser is geïdentificeerd en er is ook een kopie identiteitsdocument voorhanden. Gelet hierop heeft eiser voldaan aan de op hem rustende inspanningsverplichting. Desondanks is er nog steeds geen antwoord van de Marokkaanse autoriteiten en door onzorgvuldig handelen van de kant van verweerder heeft de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) eiser uitgeschreven, aldus eiser.

5. In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat er geen zicht op uitzetting is of dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. De rechtbank verwijst allereerst naar haar eerdere uitspraak van 15 september 2023 (in de zaak NL23.27645), rechtsoverweging 8. Daaraan voegt de rechtbank toe dat het onderzoek bij de Marokkaanse autoriteiten nog loopt. Verweerder rappelleert regelmatig bij deze autoriteiten in verband met de afgifte van een lp ten behoeve van eiser, laatstelijk op 12 oktober 2023. Tevens heeft verweerder op 19 oktober 2023 deze aanvraag rechtstreeks onder de aandacht gebracht bij de Marokkaanse autoriteiten. Dat het onderzoek lang duurt is op zichzelf niet doorslaggevend, te meer niet nu de Marokkaanse autoriteiten niet op voorhand te kennen hebben gegeven geen lp te zullen verstrekken. Verweerder is voor de afgifte van een lp afhankelijk van de werkwijze van de Marokkaanse autoriteiten. Daarnaast heeft verweerder op 3 oktober 2023 een vertrekgesprek gevoerd met eiser. Wat betreft eisers stelling dat hij zijn medewerking heeft verleend door een kopie van zijn identiteitsbewijs te overleggen verwijst de rechtbank ook naar haar eerdere uitspraak van 15 september 2023 (in de zaak NL23.27645), rechtsoverweging 6. Het gaat om een kopie van een geboorteakte en daarmee niet om een identiteitsbewijs, zoals verweerder in het verweerschrift van 26 oktober 2023 ook stelt. Het feit dat een kopie van een geboorteakte is overgelegd, leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. De beroepsgronden slagen daarom niet.

6. Ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe zij gehouden is, is de rechtbank van oordeel is dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is.

7. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van N. Dayerizadeh, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

02 november 2023

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.