Vreemdelingenrecht
Dublin Bulgarije, beroep ongegrond.
Rechtbank Den Haag, 8 december 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:21959 · Rechtbank Den Haag · 8 december 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-21959
Zaakgegevens
Op 8 december 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 8 december 2023
- Datum publicatie
- 28 februari 2024
- Zaaknummer
- NL23.34588
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21959
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin Bulgarije, beroep ongegrond.
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.34588
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. Y. Izgi),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: Mr. A. Maas).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 31 oktober 2023 niet in behandeling genomen omdat Bulgarije volgens verweerder verantwoordelijk is voor de aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep op 28 november 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. T. der Bedrosian als waarnemer van de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de staatssecretaris een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.1 In dit geval heeft Nederland bij Bulgarije een verzoek om terugname gedaan. Bulgarije heeft dit verzoek
[afbeelding niet beschikbaar]1. Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
aanvaard.
5. Eiser voert aan dat het bestreden besluit in strijd is met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel. Uit het in de zienswijze aangehaalde AIDA-rapport over Bulgarije, update 2022 en het ECRE-rapport van 10 september 2021 volgt dat er concrete aanwijzingen zijn dat Bulgarije zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De staatssecretaris is daar zonder deugdelijke motivering aan voorbij gegaan.
6. De rechtbank overweegt als volgt. De staatssecretaris heeft in het bestreden besluit van 31 oktober 2023 gereageerd op de zienswijze. Daarbij heeft de staatssecretaris ook het AIDA-rapport, update 2022 en het ECRE-rapport van 10 september 2021 betrokken. Eiser heeft niet uitgelegd of nader onderbouwd op welke punten van de zienswijze de staatssecretaris niet of onvoldoende is ingegaan dan wel waarom het bestreden besluit onjuist is. De beroepsgronden zijn onderbouwd met jurisprudentie en rapporten die betrekking hebben op statushouders. Eiser is een Dublinclaimant die op grond van de Dublinverordening zal worden toegelaten tot de asielprocedure in welk kader voor Bulgarije de verplichting geldt om eiser op te vangen. Niet is duidelijk gemaakt dat Bulgarije niet aan deze verplichting zal voldoen. Ook is geen sprake van een motiverings- of zorgvuldigheidsgebrek. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
08 december 2023
Documentcode: [documentcode]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.