Vreemdelingenrecht
Beroep tegen niet tijdig beslissen
Rechtbank Den Haag, 2 maart 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:2790 · Rechtbank Den Haag · 2 maart 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-2790
Zaakgegevens
Op 2 maart 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 2 maart 2023
- Datum publicatie
- 8 maart 2023
- Zaaknummer
- NL22.21883
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2790
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep tegen niet tijdig beslissen
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.21883
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. B.J. Manspeaker),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft op 27 oktober 2022 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf van 9 augustus 2021.
Bij besluit van 20 februari 2023 heeft verweerder het bezwaar van eiser gegrond verklaard.
Eiser heeft desgevraagd meegedeeld zijn beroep te handhaven.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar van eiser dient te worden vastgesteld dat met de gegrondverklaring van het bezwaar aan het beroep is tegemoetgekomen zodat eiser gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer heeft.
2. Eiser heeft verzocht om schadevergoeding wegens de overschrijding van de wettelijke beslistermijn. De dagvergoeding dient, gelet op de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (Wet dwangsom), minimaal € 42 te zijn. Daarnaast verzoekt eiser om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
3. Verweerder heeft in het besluit van 20 februari 2023 juist overwogen dat hij aan eiser de maximale dwangsom van € 1442 is verschuldigd. Niet gevolgd wordt dat eiser op grond van de Wet dwangsom aanspraak maakt op een schadevergoeding.
4. Omdat eiser vanwege het niet tijdig beslissen terecht beroep heeft ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 418,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
Beslissing
De rechtbank:
? verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
? veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.