Vreemdelingenrecht

Steekwoorden: niet tijdig beslissen, nareis asiel, intrekken beroep, proceskosten

Rechtbank Den Haag, 30 maart 2023

Zaakgegevens

Op 30 maart 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
30 maart 2023
Datum publicatie
5 april 2023
Zaaknummer
AWB 22/7861
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:4781
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Steekwoorden: niet tijdig beslissen, nareis asiel, intrekken beroep, proceskosten

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 22/7861

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. W. Rohlof),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: D. Vos).

Procesverloop

Verzoeker heeft op 19 december 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis asiel ten behoeve van zijn echtgenote en twee kinderen van 7 april 2022.

Verweerder heeft op 28 februari 2023 de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor de genoemde gezinsleden ingewilligd.

Op 10 maart 2023 heeft verzoeker het beroep ingetrokken en de rechtbank verzocht om een veroordeling in de proceskosten.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten veroordelen. De rechtbank stelt vast dat nu verweerder de aanvraag van verzoeker als referent heeft ingewilligd, van deze situatie sprake is.

2. De rechtbank ziet daarom aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten. Deze kosten worden op grond van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 418,50, bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 en vermenigvuldigd met een wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).

Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, op 23 maart 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.