Vreemdelingenrecht

Voorlopige voorziening afgewezen.

Rechtbank Den Haag, 17 april 2023

Zaakgegevens

Op 17 april 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
17 april 2023
Datum publicatie
17 april 2023
Zaaknummer
NL23.7432
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:5415
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorlopige voorziening afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL23.7432

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], V-nummer: [nummer], eiseres en haar minderjarige kinderen

[naam 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009, nationaliteit Georgische, [naam 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014, nationaliteit Georgische en [naam 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021, nationaliteit Georgische, (gemachtigde: mr. H. Meijerink),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris (gemachtigde: mr. A.A. Wildeboer).

Procesverloop

Bij besluit van 10 maart 2023 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaken NL23.7431, NL23.7429 en NL23.7430, op 30 maart 2023 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen E. Gasperovitch. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoekster stelt van Georgische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum 4].

1.1.

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.7431, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

1.3.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.