Vreemdelingenrecht
Asiel. Dublin Italië. Circular letter. Mondelinge uitspraak. Beroep ongegrond.
Rechtbank Den Haag, 17 april 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:5743 · Rechtbank Den Haag · 17 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-5743
Zaakgegevens
Op 17 april 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 17 april 2023
- Datum publicatie
- 21 april 2023
- Zaaknummer
- NL23.4239
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5743
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Asiel. Dublin Italië. Circular letter. Mondelinge uitspraak. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.4239
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R. Bom),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. N. Hamzaoui).
Procesverloop
Bij besluit van 7 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië daarvoor verantwoordelijk is.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 13 april 2023 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Het is niet in geschil dat Italië op grond van de Verordening (EU) Nr. 604/2013 (Dublinverordening) verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming van eiser. Verweerder heeft verder afdoende gemotiveerd dat er geen beletselen bestaan om eiser aan Italië over te dragen.
2. De omstandigheid dat alle feitelijke overdrachten aan Italië op verzoek van de Italiaanse autoriteiten zijn opgeschort sinds de circular letter van 5 december 2022 heeft geen gevolgen voor de rechtmatigheid van het overdrachtsbesluit. Dit is naar het oordeel van de rechtbank vooralsnog aan te merken als een tijdelijke feitelijke belemmering. Verweerder was dan ook niet gehouden om hierop in te gaan in de motivering van het bestreden besluit.
3. Daarnaast is in het bestreden besluit terecht overwogen dat eiser de door hem gestelde familieband met in Nederland woonachtige schoonfamilie niet aannemelijk heeft gemaakt. Er bestond daarom geen aanleiding voor een verdere toetsing aan artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
4. Anders dan eiser impliceert in de gronden van beroep, heeft hij uit het voornemen niet kunnen afleiden dat het overleggen van een instemmingsverklaring voor verweerder voldoende zou zijn geweest om de verantwoordelijkheid voor de inhoudelijke behandeling van het asielverzoek aan zich te trekken. Verweerder heeft in het voornemen immers naast zijn vaststelling dat een instemmingsverklaring ontbrak ook uitdrukkelijk overwogen dat eiser de gestelde familieband niet nader heeft onderbouwd.
5. De beroepsgrond dat niet op een juiste wijze is getoetst aan artikel 17 van de Dublinverordening faalt dan ook. De aanvraag is terecht niet in behandeling genomen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 april 2023 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.