Vreemdelingenrecht
besluit niet tijdig, asiel, Dublin-procedure, WBV 2022/22, ingebrekestelling te vroeg ingediend.
Rechtbank Den Haag, 18 april 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:5850 · Rechtbank Den Haag · 18 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-5850
Zaakgegevens
Op 18 april 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 18 april 2023
- Datum publicatie
- 24 april 2023
- Zaaknummer
- NL23.1299
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5850
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
besluit niet tijdig, asiel, Dublin-procedure, WBV 2022/22, ingebrekestelling te vroeg ingediend.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.1299
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.J. Eizenga),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: J. Singh).
Procesverloop
Eiseres heeft op 16 januari 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 27 augustus 2021.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing
van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit
met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het
beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een
besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling
door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Eiseres heeft op 27 augustus 2021 een asielaanvraag ingediend. Hoewel haar aanvraag in eerste instantie werd behandeld in de Dublin-procedure, heeft verweerder op 5 april 2022 aan eiseres laten weten dat haar aanvraag in de nationale procedure zal worden behandeld omdat zij niet tijdig kon worden overgedragen aan Polen. De wettelijke beslistermijn van verweerder is daarom op grond van artikel 42, zesde lid van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) op 5 april 2022 aangevangen. De beslistermijn van zes maanden op de aanvraag van eiseres zou zijn geëindigd op 5 oktober 2022.
3. De staatssecretaris heeft met de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 de beslistermijn voor asielaanvragen met ingang van 27 september 2022 verlengd met negen maanden. In het geval van eiseres eindigt de beslistermijn daarom uiterlijk op 5 juli 2023. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in haar uitspraken van 21 maart 2023 geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 sprake was van een situatie, zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. De verlenging is daarom rechtsgeldig.
4. Tussen eiseres en verweerder bestaat geen overeenstemming over het moment van indiening van de ingebrekestelling. Eiseres toont gedocumenteerd aan dat zij op 31 oktober 2022 verweerder in gebreke heeft gesteld. Verweerder heeft in het verweerschrift gemeld dat de ingebrekestelling op 16 januari 2023 is ontvangen en meent daarom dat het beroep te vroeg is ingediend, nu er geen twee weken waren verstreken nadat eiseres verweerder in gebreke heeft gesteld.
5. Op grond van het voorgaande staat vast dat de beslistermijn nog niet is verstreken, waardoor de ingebrekestelling in elk geval te vroeg is ingediend. De rechtbank hoeft zich daarom niet uit te spreken over de vraag of het beroep naar behoren na verloop van minimaal twee weken na de ingebrekestelling is ingediend. Het beroep van eiseres tegen het uitblijven van een besluit op haar asielaanvraag is niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.