Vreemdelingenrecht

vreemdelingenbewaring, Dublinverordening, schending verdedigingsbeginsel, lichter middel, beroep ongegrond.

Rechtbank Den Haag, 28 april 2023

Zaakgegevens

Op 28 april 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
28 april 2023
Datum publicatie
3 mei 2023
Zaaknummer
NL23.11613
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:6364
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

vreemdelingenbewaring, Dublinverordening, schending verdedigingsbeginsel, lichter middel, beroep ongegrond.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 28 april 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:RBDHA:2023:6364

  2. Raad van State · 16 mei 2023

    ECLI:NL:RVS:2023:1965

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.11613


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R. Hopman).


Procesverloop

Bij besluit van 16 maart 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Eiser heeft op 17 april 2023 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet ook worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

Verweerder heeft op 13 april 2023 de maatregel van bewaring opgeheven omdat hij in het kader van de Dublinverordening is overgedragen.

Op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de bestuursrechter bepaald dat het onderzoek zonder zitting kan worden behandeld. Eiser heeft zich hiermee schriftelijk akkoord verklaard.

Op 18 april 2023 heeft eiser de beroepsgronden ingediend. Op 21 april 2023 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Op 25 april 2023 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum].

2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.

3. De maatregel van bewaring is gebaseerd op artikel 59a van de Vw omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening. Verweerder heeft op grond van artikel 5.1b van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) vijf zware gronden en vier lichte gronden aan de bewaring ten grondslag gelegd.

3. Eiser heeft noch de grondslag van de bewaring, noch de gronden ervan in beroep weersproken. Eiser voert aan dat het verdedigingsbeginsel is geschonden omdat verweerder onvoldoende heeft doorgevraagd over persoonlijke belangen, bijzondere feiten of omstandigheden die zouden kunnen of moeten leiden tot de toepassing van een lichter middel. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser voldoende in de gelegenheid is gesteld is om te verklaren over de omstandigheden die zouden kunnen leiden tot de toepassing van een lichter middel.

4. De rechtbank stelt voorop dat de niet betwiste gronden van de maatregel al voldoende dragend zijn voor de conclusie dat ten tijde van de maatregel een significant risico bestond dat eiser zich zou onttrekken aan het toezicht. Verder blijkt uit het proces verbaal van het gehoor voorafgaand aan de maatregel dat eiser expliciet gevraagd is of er redenen zijn om in zijn geval een lichter middel dan bewaring toe te passen. Eiser heeft vervolgens geen feiten of omstandigheden aangevoerd ter rechtvaardiging van een lichter middel. Eiser heeft ook in het gehoor verklaard dat hij de vragen goed heeft begrepen.

5. Daarbij komt dat eiser ook in beroep niet heeft verteld welke individuele omstandigheden er concreet aanwezig waren om in zijn geval een lichter middel toe te passen. De beroepsgrond treft dus geen doel.

6. Ook ambtshalve onderzoek leidt niet tot de conclusie dat de maatregel op enig moment onrechtmatig is geweest.

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Verweerder hoeft geen proceskosten te betalen.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Verordening (EU) nr. 604/2013.