Vreemdelingenrecht

Asiel, Dublin, Kroatië, interstatelijk vertrouwensbeginsel, artikel 17 Dvo, ongegrond.

Rechtbank Den Haag, 7 februari 2024

Zaakgegevens

Op 7 februari 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
7 februari 2024
Datum publicatie
6 februari 2024
Zaaknummer
NL23.39336
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:1293
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Asiel, Dublin, Kroatië, interstatelijk vertrouwensbeginsel, artikel 17 Dvo, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.38013


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 februari 2024 in de zaak tussen


[eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. N. Akbalik),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

(gemachtigde: mr. M.J.C. van der Woning).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van 1 december 2023 waarin de staatssecretaris de asielaanvraag van eiser niet in behandeling heeft genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling daarvan.

1.1.

De staatssecretaris heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.2.

De rechtbank heeft het beroep, samen met zaak NL23.38014, op 19 januari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de staatssecretaris een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij Bulgarije een verzoek om terugname gedaan. Bulgarije heeft dit verzoek aanvaard.

4.1.

De staatssecretaris heeft geen aanleiding gezien om van de overdracht van eiser aan Bulgarije af te zien. Er zijn namelijk volgens hem geen aanwijzingen dat eiser in Bulgarije een reëel risico zal lopen op een behandeling die in strijd is met artikel 4 van het EU Handvest. Ook zijn er geen bijzondere individuele omstandigheden die maken dat de overdracht van eiser getuigt van een onevenredige hardheid, aldus de staatssecretaris.

Mag de staatssecretaris voor Bulgarije uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel?

5. Eiser betoogt dat de staatssecretaris voor Bulgarije niet mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft in haar uitspraak van 16 augustus 2023 - waarin zij oordeelde dat voor Bulgarije uit kan worden gegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel - enkel de toegang tot opvang en pushbacks betrokken, maar niet de opvangomstandigheden, detentie en rechtsbijstand. Eiser wijst op een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, die in haar uitspraak van 3 oktober 2023 van oordeel is dat voor Bulgarije voor onder andere detentie en rechtsbijstand sprake is van fundamentele systeemfouten. Eiser wijst ter onderbouwing verder op diverse artikelen en het rapport van Asylum Information Database (AIDA) van maart 2023. Volgens eiser volgt uit een uitspraak van de Afdeling van 15 december 2021 dat voor detentieomstandigheden een andere maatstaf geldt bij de beoordeling of sprake is van een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 4 van het EU Handvest. Verder voert eiser aan dat van hem niet verlangd kan worden dat hij klaagt bij de Bulgaarse autoriteiten, omdat hij in Bulgarije is mishandeld door de politie, in vreemdelingenbewaring is gesteld en hij geen rechtsbijstand heeft gekregen. In Oost-Europese landen is volgens eiser sprake van een hele andere mentaliteit ten opzichte van vreemdelingen, waardoor klagen daar geen reële optie is. Ter onderbouwing van zijn verklaringen over de mishandeling door de politie wijst eiser op een artikel van Human Rights Watch. Tot slot wijst eiser op de prejudiciële vragen die zijn gesteld door deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 15 juni 2022 over de deelbaarheid van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.

6. De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris zich deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat hij ten aanzien van Bulgarije uit mag gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De staatssecretaris wijst terecht op de uitspraken van de Afdeling van onder meer 13 oktober 2023 en 16 oktober 2023, waaruit volgt dat ook voor de detentieomstandigheden en toegang tot rechtsbijstand uit kan worden gegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Bulgarije. Met betrekking tot detentie heeft de Afdeling geoordeeld dat een Dublinterugkeerder zich bij voorkomende problemen in Bulgarije kan wenden tot de daartoe aangewezen autoriteiten van Bulgarije of de daarvoor aangewezen instanties. De staatssecretaris wijst er bovendien terecht op dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij (onrechtmatig) in detentie heeft gezeten, omdat hij in het aanmeldgehoor juist heeft verklaard dat hij niet in detentie heeft gezeten.Uit de door eiser aangehaalde artikelen van Lighthouse Reports en Bordermonitoring Bulgaria blijkt dat sprake is van pushbacks aan de grens, maar niet dat dit ook geldt voor Dublinterugkeerders die gereguleerd worden overgedragen. Over de toegang tot rechtsbijstand heeft de Afdeling overwogen dat uit het rapport van AIDA van februari 2022 volgt dat een vreemdeling in Bulgarije tegen een eventuele afwijzing van het asielverzoek met behulp van rechtsbijstand beroep in kan stellen en dat dit in overeenstemming is met artikel 20 en 21 van de Procedurerichtlijn. Het rapport van AIDA van maart 2022 waar eiser zich op beroept schetst daarover geen wezenlijk ander beeld. Eiser heeft ook niet gewezen op andere nieuwe informatie waaruit zou blijken dat er in Bulgarije sprake is van systeemfouten. Eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat hij niet of niet op effectieve wijze kan klagen bij de Bulgaarse autoriteiten. Hij heeft geen inspanningen verricht om zijn klachten kenbaar te maken en niet onderbouwd dat hij hiertoe geen mogelijkheid heeft. Uit het artikel van Human Rights Watch waar eiser zich op beroept, blijkt niet er geen mogelijkheid bestaat tot klagen. Eiser heeft zijn stelling dat in Oost-Europese landen sprake is van een andere mentaliteit waardoor klagen bij voorbaat zinloos is, niet onderbouwd. De verwijzing naar de prejudiciële vragen over de (on)deelbaarheid van het interstatelijk vertrouwensbeginsel van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, maakt het oordeel van de rechtbank ook niet anders. De rechtbank volgt het oordeel van de Afdeling in de onder 5. genoemde uitspraak van 16 augustus 2023, die geen aanleiding ziet om de beantwoording van de prejudiciële vragen af te wachten.

Had de staatssecretaris de asielaanvraag van eiser onverplicht aan zich moeten trekken?

7. Eiser voert aan dat zijn broer in Nederland is toegelaten en dat hij bij zijn broer wil verblijven, die hem kan helpen met zijn problemen. Hij wijst op artikel 11 van de Uitvoeringsverordening op grond waarvan de staatssecretaris hierover in contact dient te treden met de Bulgaarse autoriteiten. Volgens eiser zal door overdracht aan Bulgarije zijn gezondheidssituatie en psychische gesteldheid verslechteren.

8. De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat eisers omstandigheden geen aanleiding vormen om zijn asielaanvraag op grond van artikel 17 van de Dublinverordening onverplicht in behandeling te nemen. Eiser heeft niet met documenten onderbouwd wie zijn broer is, dat er een familieband is tussen hem en zijn broer en dat zijn broer rechtmatig verblijf heeft in Nederland. Een verwijzing naar artikel 11 van de Uitvoeringverordening kan dus ook niet slagen. Eiser heeft ook niet onderbouwd dat sprake is van (psychische) problemen en dat deze problemen zouden verslechteren bij een overdracht.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Kompier, rechter, in aanwezigheid van mr. H.C.M. Pijnenburg, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. ECLI:NL:RVS:2023:3134. Uitspraak van 3 oktober 2023, NL23.20061 (niet gepubliceerd). Lighthouse Reports, Europe’s Black Sites. Refugees arbitrarily detained, tortured at secret facilities in EU, 11 december 2023; Bordermonitoring Bulgaria, Number of Refugees in detention is increasing, 8 november 2021. Rapport van Asylum Information Database (AIDA), Country Report Bulgaria, 2022 update, maart 2023. Uitspraak van 15 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2791. HRW, 26 mei 2022, Bulgaria: Migrants Brutally Pushed Back at Turkish Border. The EU Should Act to Stop Illegal and Dehumanizing Pushbacks. Rechtbank Den Haag, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch van 15 juni 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:5724. ECLI:NL:RVS:2023:3796. ECLI:NL:RVS:2023:3806. ECLI:NL:RVS:2023:3806, onder 5. Pagina 5 van het aanmeldgehoor. Rapport van Asylum Information Database (AIDA), Country Report Bulgaria, 2021 update, februari 2022. ECLI:NL:RVS:2023:3806, onder 3. ECLI:NL:RVS:2023:3134.