Vreemdelingenrecht
Buiten zitting, beroep ingetrokken, coa, pkv toegewezen.
Rechtbank Den Haag, 5 september 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:14287 · Rechtbank Den Haag · 5 september 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2024-14287
Zaakgegevens
Op 5 september 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 5 september 2024
- Datum publicatie
- 6 september 2024
- Zaaknummer
- AWB 22-625
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:14287
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Buiten zitting, beroep ingetrokken, coa, pkv toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/625
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren),
en
het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COa), verweerder.
Procesverloop
Verzoekster heeft op 4 februari 2022 beroep ingesteld naar aanleiding van het niet verlenen van opvang bij het COa. Tevens heeft verzoekster een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, strekkende tot het verlenen van de opvang. In eerste instantie zijn voor beide rechtsmiddelen ten onrechte digitale procedures gestart. (NL22.1852 en NL22.1856). Op 28 april zijn alsnog papieren dossiers aangelegd (Awb 22/625 en Awb 22/626).
Verzoekster heeft het beroep op 14 mei 2022 ingetrokken, met het verzoek verweerder te veroordelen in de proceskosten, omdat verweerder alsnog heeft aangegeven bereid te zijn om opvang aan verzoekster te verlenen.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. De rechtbank stelt vast dat het COa aan verzoekster is tegemoetgekomen door aan haar alsnog opvang te verlenen. Uit de stukken volgt namelijk dat verweerder er ten onrechte van uit is gegaan dat verzoekster in het bezit was van een geldige mvv voor studiedoeleinden. Naar onbetwist is gesteld heeft verzoekster – na het indienen van haar asielaanvraag - op 6 en 29 januari 2022 gevraagd om opvang. Uit de aan verzoekster verleende mvv volgt dat deze op dat moment niet langer geldig was. Desondanks is aan verzoekster op 30 januari 2022 nogmaals opvang geweigerd.
3. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht).
Beslissing
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 5 september 2024 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
griffier |
rechter |
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.