Vreemdelingenrecht

VoVo afgewezen wegens gelijktijdige beslissing op beroep. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBDHA:2024:15242)

Rechtbank Den Haag, 10 september 2024

Zaakgegevens

Op 10 september 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
10 september 2024
Datum publicatie
25 september 2024
Zaaknummer
NL24.29621
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:15244
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

VoVo afgewezen wegens gelijktijdige beslissing op beroep. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBDHA:2024:15242)

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.29621

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. F.S. Boedhoe),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. E.H.J.M. de Bonth).

Procesverloop

Bij besluit van 18 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.29620, op

5 september 2024 op zitting behandeld. Tijdens de zitting waren aanwezig: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder .

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.29620, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 september 2024 door mr. I. Helmich, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M.A.F.C. Lienaerts, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

10 september 2024

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.