Vreemdelingenrecht
Dublin Duitsland, interstatelijk vertrouwensbeginsel, mondelinge uitspraak, beroep ongegrond.
Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:17215 · Rechtbank Den Haag · 21 oktober 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2024-17215
Zaakgegevens
Op 21 oktober 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 21 oktober 2024
- Datum publicatie
- 23 oktober 2024
- Zaaknummer
- NL24.31309
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17215
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin Duitsland, interstatelijk vertrouwensbeginsel, mondelinge uitspraak, beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.31309
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. J.R. Vreijsen).
Procesverloop
Bij besluit van 8 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 18 oktober 2024 op zitting behandeld. Eiser is, met bericht vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Het is niet in geschil dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers verzoek om internationale bescherming. Verder heeft verweerder geconcludeerd dat er geen beletselen bestaan om eiser over te dragen aan Duitsland. In dat verband heeft verweerder overwogen dat op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden aangenomen dat Duitsland zijn communautaire en internationale verplichtingen tegenover eiser zal nakomen.
3. Eiser stelt in zijn enige beroepsgrond dat niet van het interstatelijk vertrouwen mag worden uitgegaan. Hij meent dat overdracht aan Duitsland zal leiden tot een schending van artikel 4 van het Handvest van de Europese Unie. Eiser heeft zijn standpunt echter op geen enkele wijze toegelicht.
4. Het beroep wordt om die reden ongegrond verklaard.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 oktober 2024 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.