Vreemdelingenrecht

BNT, asiel, gegrond, nadere beslistermijn

Rechtbank Den Haag, 7 november 2024

Zaakgegevens

Op 7 november 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
7 november 2024
Datum publicatie
8 november 2024
Zaaknummer
NL24.34676
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:18336
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

BNT, asiel, gegrond, nadere beslistermijn

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.34676


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A. Heida),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.

Overwegingen

Voor het wettelijk kader en de aan het beroep ten grondslag liggende overwegingen verwijst de rechtbank naar de aan deze uitspraak gehechte bijlage.

Is de beslistermijn overschreden?

(X) Ja
( ) Nee

Is er een correcte ingebrekestelling en is het beroep meer dan twee weken later ingesteld?

(X) Ja
( ) Nee

Is het beroep gegrond?

( ) Nee
Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
(X) Ja

Binnen welke termijn moet verweerder alsnog een besluit nemen?

(X) Er is sprake van bijzondere omstandigheden. Er zijn achterstanden in de behandeling van asielaanvragen. De rechtbank acht een nadere beslistermijn tot uiterlijk 10 februari 2025 redelijk. Hierbij wordt zowel recht gedaan aan het belang van verweerder om een zorgvuldige beslissing te nemen, als aan het belang van eiser om op korte termijn een beslissing te krijgen op de aanvraag. Ook wordt daarmee de uiterste termijn van 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn niet overschreden.

Is er aanleiding om een rechterlijke dwangsom op te leggen?

(X) Ja
( ) Nee

Hoe hoog is de rechterlijke dwangsom als verweerder niet binnen deze termijn beslist?

(X) € 100 per dag met een maximum van € 7.500.
( ) Een ander bedrag.

Is er aanleiding om proceskosten vast te stellen?

(X) Ja
( ) Nee

Hoe hoog zijn de te vergoeden proceskosten?
De volgende proceskosten worden toegekend:

(X) 1 punt voor het indienen van het beroepschrift
( ) 1 punt voor de nadere reactie(s)

( ) 0,5 punt voor een nadere reactie
met een waarde per punt van € 875 en een wegingsfactor 0,5.

Beslissing

De rechtbank:

(X) verklaart het beroep gegrond;

(X) draagt verweerder op uiterlijk op 10 februari 2025 een besluit bekend te maken met inachtneming van deze uitspraak;

(X) bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100 verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500;

(X) veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 437,50.

Deze uitspraak is gedaan op 7 november 2024 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.