Vreemdelingenrecht

BNT regulier - mvv-aanvraag in het kader van nareis – aanvraag van eiser ingewilligd – beroep gehandhaafd en…

Rechtbank Den Haag, 8 november 2024

Zaakgegevens

Op 8 november 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
8 november 2024
Datum publicatie
11 november 2024
Zaaknummer
NL23.13436
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:18458
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

BNT regulier - mvv-aanvraag in het kader van nareis – aanvraag van eiser ingewilligd – beroep gehandhaafd en daarbij PKV verzocht – beroep niet-ontvankelijk – PKV toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.13436


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

v-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A. Hanna),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig nemen van een besluit op de mvv-aanvraag in het kader van nareis voor verblijf bij [naam] (referent) voor haarzelf en haar minderjarige kinderen.

Bij besluit van 6 februari 2024 heeft verweerder de aanvraag van eiseres ingewilligd.

Eiseres heeft het beroep gehandhaafd en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de mvv-aanvraag van eiseres, dient te worden vastgesteld dat met de inwilliging van deze aanvraag aan het beroep is tegemoetgekomen zodat eiseres gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer heeft.

2. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

3. Omdat eiseres vanwege het niet tijdig beslissen op haar mvv-aanvraag terecht beroep heeft ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:

? Verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

? veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent).

Deze uitspraak is gedaan op 8 november 2024 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Machtiging tot voorlopig verblijf. Algemene wet bestuursrecht. Besluit proceskosten bestuursrecht.