Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening / afgewezen
Rechtbank Den Haag, 26 november 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:19630 · Rechtbank Den Haag · 26 november 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2024-19630
Zaakgegevens
Op 26 november 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 26 november 2024
- Datum publicatie
- 26 november 2024
- Zaaknummer
- NL24.27872
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:19630
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorlopige voorziening / afgewezen
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.27872
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] verzoeker,
geboren op [geboortedatum]
van Algerijnse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. W. Spijkstra)
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
(gemachtigde: mr. P.A.L.A. van Ittersum).
Procesverloop
1. Bij beroepschrift van 10 juli 2024 heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het besluit van de minister van 13 juni 2024. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL24.27870.
2. Bij verzoekschrift van 10 juli 2024 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het beroep is beslist.
3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep, op 21 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister deelgenomen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
4. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoeker en dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.P. Eckert, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.