Vreemdelingenrecht
Regulier. Voorlopige voorziening afgewezen.
Rechtbank Den Haag, 2 oktober 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:21465 · Rechtbank Den Haag · 2 oktober 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2024-21465
Zaakgegevens
Op 2 oktober 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 2 oktober 2024
- Datum publicatie
- 18 december 2024
- Zaaknummer
- 23-12087
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:21465
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Regulier. Voorlopige voorziening afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/12087
uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 oktober 2024 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster,
V-nummer: [V-nummer] ,
en
de Minister van Asiel en Migratie, voorheen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister,
(gemachtigde: mr. R.A. Mandersloot).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de afwijzing van de aanvraag van verzoekster.
De minister heeft deze aanvraag met het het besluit van 19 augustus 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 6 oktober 2023 op het bezwaar van verzoekster is de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak AWB 24/1043, op 13 juni 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst.
Partijen hebben de rechtbank op de zitting van 13 juni 2024 toestemming verleend om zonder nadere zitting uitspraak te doen.
De rechtbank heeft partijen op 10 september 2024 bericht dat het onderzoek zal worden gesloten op 16 september 2024. Partijen hebben geen nadere reactie ingediend op de vraag of zij een nadere zitting wensen. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek op 16 september 2024 gesloten.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Vrijstelling van griffierecht
2. Verzoekster heeft op 11 oktober 2023 de rechtbank verzocht om vrijstelling van het griffierecht. Op 16 oktober 2023 heeft verzoekster het beroep op betalingsonmacht ingetrokken. De rechtbank heeft bij brief van 21 maart 2024 het beroep op betalingsonmacht voorlopig toegewezen. Verzoekster stelt op zitting dat zij in de veronderstelling was dat zij het griffierecht niet hoefde te betalen.
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om vrijstelling van het griffierecht toe. Verzoekster heeft met het door haar ingediende formulier voldoende aannemelijk gemaakt dat zij voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling. Verzoekster hoeft dus geen griffierecht te betalen.
Voorlopige voorziening
4. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 24/1043, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig.
Conclusie en gevolgen
5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Verzoekster krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van Z.P. de Wilde, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2024.
|
De griffier |
De voorzieningenrechter is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.