Vreemdelingenrecht
Aanvraag afgifte verblijfsdocument EU/EER. Beroep is niet-ontvankelijk, omdat eiseres al een…
Rechtbank Den Haag, 15 mei 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:23333 · Rechtbank Den Haag · 15 mei 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2024-23333
Zaakgegevens
Op 15 mei 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 15 mei 2024
- Datum publicatie
- 19 maart 2025
- Zaaknummer
- NL23.30008
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:23333
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aanvraag afgifte verblijfsdocument EU/EER. Beroep is niet-ontvankelijk, omdat eiseres al een verblijfsdocument EU/EER heeft gekregen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.30008
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. M. Görsültürk),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. L. Beket).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag van eiseres tot de afgifte van een verblijfsdocument EU/EER
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 9 juni 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 23 augustus 2023 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2. De rechtbank heeft het beroep op 18 april 2024 op zitting behandeld. Gemachtigde van verweerder is verschenen ter zitting. Eiseres en haar gemachtigde zijn, zonder voorafgaand bericht, niet verschenen.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
3. Eiseres is geboren op [geboortedag] 1991 en heeft de Afghaanse nationaliteit. Zij heeft op 29 december 2022 een aanvraag ingediend tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als verblijvende partner bij de heer [naam] (referent).
4. Verweerder heeft zich in het verweerschrift op het standpunt gesteld dat eiseres geen procesbelang meer heeft, nu haar aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER op grond van het arrest Chavez-Vilchez is ingewilligd op 16 april 2024. Eiseres heeft hiermee bereikt met wat zij met haar beroep beoogde te bereiken.
5. Eiseres heeft niet gereageerd op het verzoek van de rechtbank om voorafgaand aan de zitting aan te geven of zij in deze procedure nog procesbelang heeft. Ook is zij niet ter zitting verschenen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eiseres procesbelang heeft.
7. De rechtbank stelt vast dat eiseres op 16 april 2024 een verblijfsdocument EU/EER heeft gekregen. Daarmee heeft eiseres bereikt wat zij met haar onderhavige beroep wilde bereiken. Daarom heeft zij onvoldoende belang heeft bij de inhoudelijke beoordeling daarvan.
8. In zoverre is het beroep niet-ontvankelijk.
9. De rechtbank ziet ook geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Conclusie en gevolgen
10. Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het bestreden besluit vast blijft staan. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.C. Laagland, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.