Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 22 februari 2024

Zaakgegevens

Op 22 februari 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
22 februari 2024
Datum publicatie
28 februari 2024
Zaaknummer
NL23.36941 NL23.36943
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:2537
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

vovo

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg


Bestuursrecht

zaaknummers: NL23.36941 en NL23.36943


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam verzoeker], V-nummer: [nummer verzoeker], verzoeker, en

[naam verzoekster] , V-nummer: [nummer verzoekster], verzoekster,

mede namens hun minderjarige kinderen

[naam kind 1] , V-nummer: [nummer kind 1], en

[naam kind 2] , V-nummer: [nummer kind 2],

gezamenlijk te noemen ‘verzoekers

(gemachtigde: mr. M.M. Polman),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.


Procesverloop

Met de bestreden besluiten van 23 november 2023 heeft de staatssecretaris de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen op de grond dat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.


Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL23.36940 en NL23.36942, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.