Vreemdelingenrecht

verzet buitenzittinguitspraak, Dublin Duitsland, ongegrond.

Rechtbank Den Haag, 21 maart 2024

Zaakgegevens

Op 21 maart 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
21 maart 2024
Datum publicatie
22 maart 2024
Zaaknummer
NL23.31035
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:3936
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

verzet buitenzittinguitspraak, Dublin Duitsland, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.31035 V


uitspraak van de enkelvoudige kamer 21 maart 2024 op het verzet van

[opposant], v-nummer: [nummer], opposant

(gemachtigde: mr. J. Eliya).

Procesverloop

1. Opposant heeft tegen de beslissing van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 29 september 2023 tot het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser (het bestreden besluit) beroep ingesteld.

1.1

Bij uitspraak van 18 december 2023 heeft de rechtbank dat beroep kennelijk ongegrond verklaard.

1.2

Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Het verzet is op 15 februari 2024 op zitting behandeld. Opposant en zijn gemachtigde zijn niet verschenen op de zitting.

Overwegingen

2. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk ongegrond geacht.

3. In verzet beoordeelt de rechtbank uitsluitend of terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep ongegrond is. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.

4. Opposant voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat hij beroepsgronden heeft aangevoerd waardoor het beroep niet als kennelijk ongegrond afgedaan mocht worden.

5. De rechtbank overweegt dat hetgeen opposant in zijn verzetschrift heeft aangevoerd niet kan leiden tot het oordeel dat zijn beroep ten onrechte als kennelijk ongegrond is afgedaan. Opposant heeft niet onderbouwd waarom de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen redelijke twijfel mogelijk was over de uitkomst van het beroep.

6. In wat opposant heeft aangevoerd, ziet de rechtbank dus geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 18 december 2023. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de uitspraak in stand blijft.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H.W. Bodt, rechter, in aanwezigheid van mr. T.J. Engberts, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.