Vreemdelingenrecht

veilig land van herkomst Marokko, monderlinge uitspraak, de economische situatie in Marokko niet te herleiden…

Rechtbank Den Haag, 22 maart 2024

Zaakgegevens

Op 22 maart 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
22 maart 2024
Datum publicatie
28 maart 2024
Zaaknummer
NL24.3883
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:4386
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

veilig land van herkomst Marokko, monderlinge uitspraak, de economische situatie in Marokko niet te herleiden is tot één van de gronden voor verlening van een asielvergunning, ongegrond, plakvovo afgewezen

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.3883


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [Nummer]

(gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: J. Freijsen).


Procesverloop
Bij besluit van 1 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 7 maart 2024 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met een voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Allereerst is in geschil of verweerder eisers asielaanvraag terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond.

2. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij Marokko heeft verlaten vanwege extreme armoede.

3. Marokko is een veilig land van herkomst en dat heeft eiser ook niet betwist. Dat betekent dat er een algemeen rechtsvermoeden bestaat dat vreemdelingen uit Marokko geen bescherming nodig hebben. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit algemeen rechtsvermoeden in zijn geval niet opgaat. Daar is eiser niet in geslaagd.

4. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat de economische situatie in Marokko niet te herleiden is tot één van de gronden voor verlening van een asielvergunning. Verweerder heeft de extreme armoede dan ook terecht niet aangemerkt als een relevant element. Dat de maatschappelijke situatie in Marokko afwijkt van die in Nederland, betekent nog niet dat eiser persoonlijk te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade. Een verwijzing naar de arresten maakt dat niet anders omdat deze betrekking hebben op de lidstaten van de EU. Verweerder heeft eisers asielaanvraag dan ook terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.

5. Tot slot betwist eiser de juistheid van het inreisverbod en het terugkeerbesluit. Eiser heeft zijn stelling echter niet onderbouwd. De beroepsgrond treft dus geen doel.

6. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 maart 2024 door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. Z.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder a, b en c Vreemdelingenwet 2000.