Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 8 maart 2024

Zaakgegevens

Op 8 maart 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
8 maart 2024
Datum publicatie
5 april 2024
Zaaknummer
NL23.38379
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:4822
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

BNT asiel, PKV afgewezen

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.38379

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V nummer] (gemachtigde: mr. E.P.A. Zwart),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1

2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen.2

3. Verzoeker heeft zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend op 21 augustus 2022. Verweerder moest uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen. Sinds 27 september 2022 is echter het besluit met kenmerk WBV 2022/22 van kracht.3 Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die op 27 september 2022 nog niet waren verstreken met negen maanden zijn verlengd. De asielaanvraag van verzoeker valt onder het toepassingsbereik van dit besluit. De beslistermijn in zijn zaak van zes maanden is dus met negen maanden verlengd. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn eindigde op

21 november 2023. De termijn om te beslissen op zijn aanvraag was daarom nog niet verstreken toen hij op 16 november 2023 de ingebrekestelling indiende bij verweerder. Dat betekent dat de ingebrekestelling prematuur was ingediend, hetgeen zou hebben geleid tot een niet-ontvankelijk beroep.

4. Nu er geen sprake is van een ontvankelijk beroep, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van geheel of gedeeltelijke tegemoetkomen aan verzoeker in de zin van artikel

[afbeelding niet beschikbaar]

1. Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2 Op grond van artikel 8:75 en 8:75a van de Awb en Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

3 Staatscourant van 26 september 2022, nr. 25755.

8:75a van de Awb. De rechtbank wijst het verzoek af als kennelijk ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat daarom geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van I. Abdilahi, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

08 maart 2024

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.