Vreemdelingenrecht
vovo bij beroep AWB 22/5280
Rechtbank Den Haag, 12 april 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:5634 · Rechtbank Den Haag · 12 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2024-5634
Zaakgegevens
Op 12 april 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 12 april 2024
- Datum publicatie
- 18 april 2024
- Zaaknummer
- Awb 22.3864
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5634
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vovo bij beroep AWB 22/5280
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/3864
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], eiser
V-nummer: [v-nummer]
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Inleiding
1. Eiser heeft op 21 april 2022 een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), ingediend. Verweerder heeft de aanvraag van eiser om een verblijfsvergunning voor het verblijfsdoel ‘arbeid als zelfstandige’ bij besluit van 2 juni 2022 niet in behandeling genomen.
2. Eiser heeft op 21 juni 2022 een bezwaarschrift ingediend. Tevens heeft de eiser op 22 juni 2022 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
3. Verweerder heeft bij besluit van 2 augustus 2022 (het bestreden besluit) het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
4. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Eiser heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
5. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. De voorzieningenrechter van de rechtbank kan een voorlopige voorziening treffen tegen een besluit waarbij, voorafgaand aan beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt.
6. Eiser wordt in de gelegenheid gesteld om beroep bij de bestuursrechter in te stellen, indien een verzoek om een voorlopige voorziening is gedaan nadat bezwaar is gemaakt en op dit bezwaar wordt beslist voordat de zitting heeft plaatsgevonden. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt gelijkgesteld met een verzoek dat wordt gedaan hangende het beroep bij de bestuursrechter.
7. Verweerder heeft bij besluit van 2 augustus 2022 op het bezwaar van eiser beslist. Eiser heeft beroep ingesteld tegen dit besluit.
8. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 22/5280 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, op 10 april 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: