Vreemdelingenrecht
vovo bij beroep AWB 22/5638
Rechtbank Den Haag, 12 april 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:5640 · Rechtbank Den Haag · 12 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2024-5640
Zaakgegevens
Op 12 april 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 12 april 2024
- Datum publicatie
- 18 april 2024
- Zaaknummer
- AWB 22/4436
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5640
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vovo bij beroep AWB 22/5638
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/4436
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker
V-nummer: [v-nummer]
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Inleiding
1. Bij besluit van 30 juni 2022 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen.
2. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Hij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
3. Bij besluit van 24 augustus 2022 heeft verweerder op het bezwaar beslist. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld op 14 september 2022.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
4. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
5. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb is een verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk als er ook een bezwaar (of beroep) aanhangig is.
6. Aangezien verweerder al op het bezwaar heeft beslist, is er geen bezwaar meer aanhangig. Op grond van artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb wordt het verzoek om voorlopige voorziening gelijkgesteld met een verzoek dat wordt gedaan hangende het beroep bij de bestuursrechter.
7. De rechtbank heeft vandaag uitspraak gedaan op het beroep in de zaak met nummer AWB 22/5638. Het verzoek wordt om die reden als kennelijk ongegrond afgewezen.
Conclusie en gevolgen
Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Verweerder hoeft geen proceskosten te betalen.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, op 10 april 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: