Vreemdelingenrecht

Uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht. Beroep niet tijdig…

Rechtbank Den Haag, 4 april 2024

Zaakgegevens

Op 4 april 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
4 april 2024
Datum publicatie
10 mei 2024
Zaaknummer
NL23.14986
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:7089
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht. Beroep niet tijdig beslissen. Verweerder heeft inmiddels een besluit op de aanvraag genomen, eiseres heeft geen belang meer bij het beroep. Het beroep is niet-ontvankelijk. Het verzoek om vaststelling van de bestuurlijke dwangsom wordt afgewezen. Wel een vergoeding voor de proceskosten ter hoogte van € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,-, bij een wegingsfactor 0,5). Eiseres heeft een geldige ingebrekestelling verstuurd en verweerder heeft pas na het instellen van het beroep een besluit genomen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.14986


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen


[eiseres], eiseres

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. J.J. Eizenga),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar asielaanvraag van 24 september 2021.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.

2. Nu verweerder inmiddels een besluit op de aanvraag heeft genomen, heeft eiseres geen belang meer bij het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Het beroep is niet-ontvankelijk.

3. Eiseres heeft de rechtbank ook verzocht de hoogte van de verbeurde bestuurlijke dwangsom vast te stellen. Op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND (Tijdelijke wet), zoals deze geldt sinds 11 juli 2021, is uitgesloten dat er een bestuurlijke dwangsom kan worden verbeurd. De Afdeling heeft bij uitspraak van 30 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3352, geoordeeld dat de Tijdelijke wet in zoverre rechtmatig is. De rechtbank wijst het verzoek om vaststelling van de bestuurlijke dwangsom dan ook af.

4. Eiseres krijgt wel een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Zij stelt namelijk terecht dat verweerder niet tijdig op haar aanvraag heeft beslist. Eiseres heeft een geldige ingebrekestelling verstuurd en verweerder heeft pas na het instellen van het beroep een besluit genomen. Verweerder moet de proceskostenvergoeding betalen. Toegekend wordt € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,-, bij een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- wijst het verzoek om een bestuurlijke dwangsom vast te stellen af;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, rechter, in aanwezigheid van mr. T.M.M. Plukaard, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.