Vreemdelingenrecht
Hersteluitspraak, rechtsmiddelenclausule
Rechtbank Den Haag, 7 mei 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:7141 · Rechtbank Den Haag · 7 mei 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2024-7141
Zaakgegevens
Op 7 mei 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 7 mei 2024
- Datum publicatie
- 13 mei 2024
- Zaaknummer
- NL24.4612
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:7141
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hersteluitspraak, rechtsmiddelenclausule
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.4612
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser
V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. P.R. van de Water),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. K. Kanters).
Overwegingen
De rechtbank heeft vastgesteld dat haar uitspraak van 30 april 2024 een kennelijke misslag bevat die zich voor eenvoudig herstel leent. In de rechtsmiddelenclausule van die uitspraak staat ten onrechte vermeld dat binnen 1 week na de dag van verzending van de uitspraak hiertegen hoger beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank zal deze kennelijke misslag herstellen op de hierna te vermelden wijze.
Beslissing
De rechtsmiddelenclausule van de uitspraak van 30 april 2024 wordt vervangen door:
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De hersteluitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.