Vreemdelingenrecht

bnt, niet-ontvankelijk, visum, beslissing op bezwaar, beroep prematuur

Rechtbank Den Haag, 5 juni 2024

Zaakgegevens

Op 5 juni 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
5 juni 2024
Datum publicatie
19 juni 2024
Zaaknummer
NL24.3271
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:9427
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

bnt, niet-ontvankelijk, visum, beslissing op bezwaar, beroep prematuur

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.3271


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J.A. Pieters),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

1. Eiser heeft op 30 januari 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaarschrift naar aanleiding van de afwijzing van zijn aanvraag voor een visum voor kort verblijf van 26 oktober 2022. Verweerder heeft op 9 april 2024 het bezwaarschrift kennelijk ongegrond verklaard.

2. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

3. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

4. Verweerder heeft op 9 april 2024 alsnog een inhoudelijk besluit op het bezwaar van eiser genomen. De rechtbank oordeelt dat niet is gebleken dat eiser nog belang heeft bij een beoordeling van zijn beroep tegen het niet tijdig beslissen. Het beroep is daarom, voor zover het richt tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk.

5. Eiser heeft verweerder op 16 januari 2024 in gebreke gesteld. Op dit moment was de beslistermijn verstreken, zodat de ingebrekestelling rechtsgeldig is. Eiser heeft vervolgens op 30 januari 2024 beroep ingesteld. Hierdoor zijn geen twee weken verstreken sinds de schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. Het beroep is dus te vroeg ingediend. Het beroep is daarmee kennelijk niet-ontvankelijk.

6. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Artikel 72, tweede lid en artikel 76, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb