Vreemdelingenrecht

Verzoek voorlopige voorziening – de rechtbank heeft zich kennelijk onbevoegd verklaard om kennis te nemen van…

Rechtbank Den Haag, 18 juli 2025

Zaakgegevens

Op 18 juli 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
18 juli 2025
Datum publicatie
22 juli 2025
Zaaknummer
NL24.2144
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:13256
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek voorlopige voorziening – de rechtbank heeft zich kennelijk onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep – niet voldaan aan de in artikel 8:81 van de Awb neergelegde connexiteitsvereiste – verzoek niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg


Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.2144


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster,

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. A. Jhingoer),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.


Procesverloop

Bij besluit van 30 november 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder de tijdelijke bescherming van verzoekster beëindigd per 4 september 2023.

Bij besluit van 21 maart 2024 (besluit op bezwaar) heeft verweerder het daartegen gerichte bezwaar ongegrond verklaard.

Verzoekster heeft op 19 januari 2024 beroep ingesteld tegen het primaire besluit. Tevens heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan een voorlopige voorziening alleen worden verzocht zolang er bezwaar of beroep aanhangig is (connexiteitsvereiste).

2. Het verzoek is ingediend samen met het beroep met zaaknummer NL24.2143. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.2143, heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaart om van het beroep kennis te nemen. Nu niet langer wordt voldaan aan het in artikel 8:81 van de Awb neergelegde connexiteitsvereiste, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk is.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 18 juli 2025 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.