Vreemdelingenrecht

Vervolgberoep bewaring – ten onrechte kennisgeving verstuurd door verweerder – beroep niet-ontvankelijk – wel pkv.

Rechtbank Den Haag, 15 augustus 2025

Zaakgegevens

Op 15 augustus 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
15 augustus 2025
Datum publicatie
15 augustus 2025
Zaaknummer
NL25.37669
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:15200
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vervolgberoep bewaring – ten onrechte kennisgeving verstuurd door verweerder – beroep niet-ontvankelijk – wel pkv.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.37669


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. J.J. Eizenga),

en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. M. Ruijzendaal).

Procesverloop

Bij besluit van 16 juli 2025 heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd.

Eiser heeft op 1 augustus 2025 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het beroep is bij uitspraak van 12 augustus 2025 door deze rechtbank en zittingsplaats ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft op 12 augustus 2025 een kennisgeving ontvangen over het voortduren van de maatregel. Daarmee wordt eiser geacht tegen het voortduren van de maatregel van bewaring opnieuw beroep te hebben ingesteld en daarbij te hebben verzocht om schadevergoeding.

Eiser heeft op 12 augustus 2025 gereageerd op de kennisgeving. Verweerder heeft op 14 augustus 2025 een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft op 15 augustus 2025 het onderzoek gesloten.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [datum] 1984.

2. Eiser geeft in zijn reactie aan dat hij niet begrijpt waarom de kennisgeving door verweerder is verstuurd, aangezien het door hem ingestelde beroep al door de rechtbank is behandeld.

3. Verweerder erkent dat de rechtmatigheid van de oplegging van de maatregel van 16 juli 2025 reeds is beoordeeld door de rechtbank maar verbindt hieraan verder geen consequenties.

4. Vast staat dat eiser reeds op 1 augustus 2025 beroep heeft ingesteld tegen de oplegging van de maatregel van 16 juli 2025 en dat dit beroep bij uitspraak van 12 augustus 2025 ongegrond is verklaard. Daarmee bestaat voor partijen geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep dat is ontstaan naar aanleiding van de door verweerder ingediende kennisgeving. Daarbij is niet in geschil dat voor het verzenden van de kennisgeving geen aanleiding bestond. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.

5. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten, nu deze procedure het gevolg is van het door verweerder verzonden kennisgeving. De proceskosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 453,50, bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is, omdat het beroep enkel ziet op de ontvankelijkheid van het door verweerder bij kennisgeving ingestelde beroep.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).

Deze uitspraak is gedaan op 15 augustus 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Vreemdelingenwet 2000. ECLI:NL:RBDHA:2025:15033. Op grond van artikel 96, eerste lid, van de Vw.