Vreemdelingenrecht
Dublin België, beroep niet-ontvankelijk. MOB, geen contact.
Rechtbank Den Haag, 14 augustus 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:15464 · Rechtbank Den Haag · 14 augustus 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-15464
Zaakgegevens
Op 14 augustus 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 14 augustus 2025
- Datum publicatie
- 20 augustus 2025
- Zaaknummer
- NL25.6750
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:15464
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin België, beroep niet-ontvankelijk. MOB, geen contact.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.6750
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. C.M.E. Schreinemacher),
en
de minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 11 februari 2025 niet in behandeling genomen omdat België ervoor verantwoordelijk is.
Beoordeling door de rechtbank
Geen zitting
2. De rechtbank heeft partijen verzocht om aan te geven of zij er mee instemmen dat zonder zitting op het beroep wordt beslist. Omdat beide partijen hebben aangegeven dat de zaak zonder zitting kan worden afgedaan, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.
3. De rechtbank beoordeelt of het beroep ontvankelijk is.
Heeft eiser nog procesbelang?
4. Verweerder heeft in het bericht van 14 maart 2025 aan de rechtbank laten weten dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft op 31 juli 2025 aan de rechtbank laten weten al enige tijd geen contact te hebben gehad met eiser en nu geen contact met hem te kunnen krijgen.
Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat als de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, er in beginsel van uit mag worden gegaan dat hij geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. De vreemdeling heeft in dat geval geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Dit is alleen anders als een vreemdeling laat weten dat hij nog contact met zijn gemachtigde heeft en dus nog steeds prijs stelt op de door hem verzochte bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en dat de gemachtigde nog contact heeft met de vreemdeling over de voortgang van de procedure en de keuzes die daarin moeten worden gemaakt.
Gelet op deze rechtspraak heeft eiser geen procesbelang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is niet-ontvankelijk.
6. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van
J.F. Elzenaar, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.