Vreemdelingenrecht
Plakvovo derdelanders Oekraïne.
Rechtbank Den Haag, 1 oktober 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:18001 · Rechtbank Den Haag · 1 oktober 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-18001
Zaakgegevens
Op 1 oktober 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 1 oktober 2025
- Datum publicatie
- 1 oktober 2025
- Zaaknummer
- NL25.40143
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18001
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Plakvovo derdelanders Oekraïne.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.40143
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [v-nummer], verzoekster,
(gemachtigde: mr. W. Spijkstra),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Procesverloop
1. Bij besluit van 6 augustus 2025 is aan eiseres een terugkeerbesluit opgelegd. Ook heeft de minister eiseres bericht dat haar recht op tijdelijke bescherming op 4 maart 2024 is geëindigd en dat op 4 september 2025 de tijdelijke bevriezingsmaatregel stopt. Eiseres mag vanaf 4 september 2025 niet meer werken en heeft vanaf deze datum vier weken de tijd om te vertrekken uit de opvang en Nederland.
Verzoekster heeft op 23 augustus 2025 beroep ingesteld tegen dit besluit. Zij heeft daarbij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting
Overwegingen
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.40139, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.