Vreemdelingenrecht

beroep tegen niet tijdig beslissen, bnt Beroep tegen niet tijdig beslissen, asiel, BNT, 6:2, asielaanvraag

Rechtbank Den Haag, 6 augustus 2025

Zaakgegevens

Op 6 augustus 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
6 augustus 2025
Datum publicatie
29 oktober 2025
Zaaknummer
NL25.1
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:19808
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

beroep tegen niet tijdig beslissen, bnt

Beroep tegen niet tijdig beslissen, asiel, BNT, 6:2, asielaanvraag

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.1

V-nummer: [V-nummer]


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. R. Achttienribbe),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.

Eiser heeft op 25 maart 2025 zijn asielaanvraag ingetrokken. Verweerder heeft hierop gereageerd.

De rechtbank doet uitspraak zonder een zitting te houden.

Overwegingen

1. Eiser heeft op 15 januari 2024 een asielaanvraag ingediend. Eiser heeft verweerder op 7 december 2024 in gebreke gesteld, waarna hij op 1 januari 2025 in beroep is gegaan wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag.

2. Verweerder heeft op 7 april 2025 middels een brief aangegeven dat eiser vrijwillig is vertrokken naar Syrië. Verweerder stelt dat er geen sprake (meer) is van een openstaande aanvraag waarop moet worden beslist. Het beroep dient volgens verweerder niet-ontvankelijk worden verklaard.

3. De rechtbank stelt vast dat uit de door verweerder overgelegde stukken volgt dat eiser een vertrekverklaring heeft ondertekend. Met de ondertekening daarvan heeft eiser verklaard dat hij Nederland vrijwillig verlaat en dat hij zijn asielaanvraag van 15 januari 2024 intrekt.

4. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat eiser geen procesbelang meer heeft bij zijn beroep wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.

5. Gelet op het voorgaande zal het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Özçelik, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).