Vreemdelingenrecht

Dublin – zonder zitting – plakvovo – afgewezen – geen proceskostenveroordeling

Rechtbank Den Haag, 28 oktober 2025

Zaakgegevens

Op 28 oktober 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
28 oktober 2025
Datum publicatie
31 oktober 2025
Zaaknummer
NL25.49866
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:20035
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin – zonder zitting – plakvovo – afgewezen – geen proceskostenveroordeling

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.49866


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J.J. Bronsveld),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.


Procesverloop

Bij besluit van 10 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.


Verzoeker heeft op 13 oktober 2025 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.49865, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan op 28 oktober 2025 door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekend gemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Algemene wet bestuursrecht.