Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening - geen connexiteit - niet-ontvankelijk
Rechtbank Den Haag, 3 november 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:20240 · Rechtbank Den Haag · 3 november 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-20240
Zaakgegevens
Op 3 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 3 november 2025
- Datum publicatie
- 31 oktober 2025
- Zaaknummer
- AWB 23/10120
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:20240
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorlopige voorziening - geen connexiteit - niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/10120
uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 november 2025 in de zaak tussen
[verzoekster] , V-nummer: [v-nummer] , verzoekster
en
de minister van Asiel en Migratie , verweerder.
Procesverloop
1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoekster heeft ingediend.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit van 17 augustus 2023 beroep (AWB 23/10119) ingesteld bij de rechtbank. Tegelijkertijd heeft verzoekster de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening (AWB 23/10120) te treffen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Partijen worden niet uitgenodigd voor een zitting in deze zaak, omdat dat op grond van artikel 8:83, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet nodig is.
3. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard, nu er op 29 oktober 2025 uitspraak is gedaan in het beroep en er daarom niet langer sprake is van de vereiste connexiteit als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Holleman, rechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 november 2025.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: