Vreemdelingenrecht

BNT, asiel, beroep niet-ontvankelijk, geen procesbelang, vrijwillige vertrekverklaring.

Rechtbank Den Haag, 3 november 2025

Zaakgegevens

Op 3 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
3 november 2025
Datum publicatie
4 november 2025
Zaaknummer
NL25.27949
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:20399
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

BNT, asiel, beroep niet-ontvankelijk, geen procesbelang, vrijwillige vertrekverklaring.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.27949


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.R.F. Berte),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eiser heeft op 4 augustus 2022 een asielaanvraag ingediend. Eiser heeft verweerder op 8 mei 2025 in gebreke gesteld, waarna hij op 24 juni 2025 in beroep is gegaan wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag.

2. Blijkens de door verweerder overgelegde ‘Verklaring vrijwillig vertrek uit Nederland’ van 19 februari 2024 is eiser op 7 februari 2024 vertrokken naar India. Verder blijkt uit de bijgevoegde en ondertekende ‘vertrekverklaring’ dat eiser heeft aangegeven dat hij Nederland vrijwillig verlaat en dat hij ermee instemt dat nog openstaande verblijfsrechtelijke procedures worden beëindigd.

3. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat eiser geen procesbelang meer heeft bij zijn beroep wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Nu eiser heeft ingestemd met het intrekken van openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel, heeft hij ook geen belang bij een tijdige beslissing daarop.

4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 3 november 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 31 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2058.