Vreemdelingenrecht

Verzoek proceskostenveroordeling afgewezen. Niet onderbouwd.

Rechtbank Den Haag, 4 november 2025

Zaakgegevens

Op 4 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
4 november 2025
Datum publicatie
6 november 2025
Zaaknummer
NL24.48831
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:20762
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek proceskostenveroordeling afgewezen. Niet onderbouwd.

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.48831

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. S.N. Ali),

en

de Minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 8 november 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 4 augustus 2025 op zitting behandeld. Omdat eerder al een beroep tegen het bestreden besluit is ingediend (met zaaknummer NL24.48827) is dit beroep ter zitting ingetrokken. Na de zitting heeft de gemachtigde van eiser bij bericht van 4 augustus 2025 de intrekking van dit beroep bevestigd, en een verzoek om veroordeling in de proceskosten ingediend.

Overwegingen

  1. De gemachtigde van eiser heeft het verzoek om veroordeling in de proceskosten toegelicht met de tekst “dubbele beroepschriften”. Nadat de gemachtigde van eiser niet heeft gereageerd op meerdere terugbelverzoeken, heeft de rechtbank bij bericht van 10 september 2025 een termijn van twee weken verleend om het verzoek nader te onderbouwen en gewezen op het bepaalde in artikel 8:31 van de Algemene wet bestuursrecht. Ook hierop is binnen de gegeven termijn geen reactie gekomen.

  2. Gelet op het bovenstaande ziet de rechtbank geen aanleiding om de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten zodat het verzoek zal worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Bruins, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

04 november 2025

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.