Vreemdelingenrecht

asiel, BNT, dubbel beroep, niet-ontvankelijk.

Rechtbank Den Haag, 6 november 2025

Zaakgegevens

Op 6 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
6 november 2025
Datum publicatie
6 november 2025
Zaaknummer
NL25.24297
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:20843
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

asiel, BNT, dubbel beroep, niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.24297


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. F.J.E. Hogewind),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Procesverloop

Eiser heeft op 29 mei 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De rechtbank stelt vast dat eiser eerder op 27 mei 2025 beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag (kenmerk: NL25.23957). Deze rechtbank en zittingsplaats heeft bij uitspraak van 30 september 2025 dat beroep kennelijk gegrond verklaard (ECLI:NL:RBDHA:2025:18092).

2. Nu eiser twee keer een beroep heeft ingediend tegen het niet tijdig nemen van een besluit en de rechtbank op één van de beroepen reeds uitspraak heeft gedaan is het op 29 mei 2025 ingestelde beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

3. Verweerder zal niet opnieuw worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 6 november 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.