Vreemdelingenrecht
Bewaring eerste beroep, beroep ongegrond, tkb ligt niet voor ter beoordeling.
Rechtbank Den Haag, 30 juni 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:21835 · Rechtbank Den Haag · 30 juni 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-21835
Zaakgegevens
Op 30 juni 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 30 juni 2025
- Datum publicatie
- 20 november 2025
- Zaaknummer
- NL25.26072
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:21835
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bewaring eerste beroep, beroep ongegrond, tkb ligt niet voor ter beoordeling.
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.26072
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. M.A. Krikke),
en
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. M. Ruijzendaal ).
Procesverloop
De minister heeft eiser op 11 juni 2025 opgehouden op grond van artikel 50, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
Eiser heeft beroep ingesteld tegen deze ophouding.
De rechtbank heeft het beroep op 23 juni 2025 op zitting behandeld. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt van Oezbeekse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1981.
2. Op 11 juni 2025 heeft een verbalisant – na een melding – eiser op het [locatie] te [plaats] op de grond aangetroffen. Eiser lag daar in de stabiele zijligging in het bijzijn van een omstander, tevens arts. Eiser was aanspreekbaar en had een goede ademhaling en hartslag. Eiser is gecontroleerd door ambulancepersoneel. Ondertussen trof de verbalisant in eisers tas een set papieren aan met daarop eisers naam. Na het raadplegen van de beschikbare politiesystemen bleek dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft.
3. Eiser stelt dat het onduidelijk is op basis van welke politietaak door de verbalisant zijn identiteitsbewijs zou zijn gevorderd. Eiser stelt verder dat het enkele feit dat op de ambulance wordt gewacht, nog niet noodzakelijk maakt dat in zijn spullen wordt gezocht, dan wel een identiteitsbewijs wordt gevorderd. Er is dan ook sprake van een vreemdelingrechtelijke staandehouding. Er was op dat moment geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf.
4. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een staandehouding op vreemdelingrechtelijke grond of van een verkapte vreemdelingrechtelijke staandehouding. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat het achterhalen van eisers identiteit in dit geval behoort tot de algemene taak van de politie, zoals omschreven in artikel 3 van de Politiewet 2012. Bovendien is eisers identiteitsbewijs niet gevorderd, maar zijn de spullen van eiser onderzocht ten behoeve van hulpverlening. Na het verifiëren van eisers gegevens, in de daarvoor bestemde politiesystemen, bleek eiser geen rechtmatig verblijf te hebben. Hierna is eiser staandegehouden op grond van de vreemdelingenwet. De rechtbank kan de toelichting van de minister volgen. Deze beroepsgrond slaagt niet.
5. Eiser voert verder aan dat het land van bestemming niet kenbaar is opgenomen in het terugkeerbesluit.
6. De rechtbank stelt vast dat het terugkeerbesluit niet ter beoordeling voorlicht.
Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van mr. K.L.H. Thomas, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
30 juni 2025