Vreemdelingenrecht
Vreemdelingenbewaring. Kennisgeving artikel 6, derde lid. Niet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag, 21 november 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:22089 · Rechtbank Den Haag · 21 november 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-22089
Zaakgegevens
Op 21 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 21 november 2025
- Datum publicatie
- 24 november 2025
- Zaaknummer
- NL25.55948
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:22089
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vreemdelingenbewaring. Kennisgeving artikel 6, derde lid. Niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.55948
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
1. Bij besluit van 16 oktober 2025 (het bestreden besluit) is aan eiseres met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
Eiseres heeft op 1 november 2025 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep is geregistreerd onder het zaaknummer NL25.54570.
Verweerder heeft op 13 november 2025 de rechtbank op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw van de bewaring in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiseres ingesteld beroep. Dit beroep is geregistreerd onder het onderhavige zaaknummer.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.
Overwegingen
2. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de kennisgeving onnodig heeft gedaan, omdat eiseres zelf al op 1 november 2025 beroep tegen het opleggen van de maatregel heeft ingesteld. Omdat het beroep tegen de maatregel al op grond van het beroepschrift in de zaak met nummer NL25.54570 is beoordeeld, bestaat voor partijen geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep dat is ontstaan als gevolg van de door verweerder ingediende kennisgeving. De rechtbank zal het beroep in de zaak met nummer NL25.55948 daarom niet-ontvankelijk verklaren.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.