Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 21 november 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:22381 · Rechtbank Den Haag · 21 november 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-22381
Zaakgegevens
Op 21 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 21 november 2025
- Datum publicatie
- 27 november 2025
- Zaaknummer
- NL23.29337 H
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:22381
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hersteluitspraak, pkv.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.29337
uitspraak van de enkelvoudige kamer ter verbetering van de uitspraak van 30 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiser], eiser
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. M. Spapens),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
(gemachtigde: mr. H.J. Toonders).
Overwegingen
Naar aanleiding van het bericht van de gemachtigde van eiser van 1 november 2025 in het digitale dossier heeft de rechtbank vastgesteld dat haar einduitspraak van 30 oktober 2025 een kennelijke misslag bevat die zich voor eenvoudig herstel leent. Die misslag heeft betrekking op de hoogte van de proceskostenveroordeling nu de rechtbank reeds in haar tussenuitspraak van 13 februari 2025 heeft overwogen dat de rechtbank verweerder zal veroordelen in de bij einduitspraak te begroten proceskosten van eiser voor zover het beroep is gericht tegen het niet-tijdig beslissen. De rechtbank stelt op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht de kosten voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.267,50 (2,5 punt, waarvan 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 0,5 punt voor het aanvullen van de beroepsgronden en 1 punt voor het deelnemen aan de zitting, met een waarde per punt van € 907).
De rechtbank zal daarom de beslissing als volgt aanpassen.
Beslissing
De rechtbank verbetert haar uitspraak van 30 oktober 2025 met zaaknummer NL23.29337 door in het dictum op te nemen:
De rechtbank:
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het niet-tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het bestreden besluit van 8 november 2023 gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.267,50.
Deze uitspraak is gedaan op 21 november 2025 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. Z.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Tegen deze hersteluitspraak staat geen rechtsmiddel open. Voorts brengt deze uitspraak geen wijziging in de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak.