Vreemdelingenrecht

BZ, 8:54, COa, geen gronden, kennelijk niet-ontvankelijk.

Rechtbank Den Haag, 3 december 2025

Zaakgegevens

Op 3 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
3 december 2025
Datum publicatie
8 december 2025
Zaaknummer
AWB 25.2059
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:23333
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

BZ, 8:54, COa, geen gronden, kennelijk niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 25/2059


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 december 2025 in de zaak tussen

in de zaak tussen

[eiser], v-nummer [nummer], eiser

en

Het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) van 16 januari 2025 om aan eiser een maatregel 6 op grond van het Reglement onthouding verstrekkingen (ROV) op te leggen.

1.1.

De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank stelt vast dat eiser het beroepschrift niet heeft ondertekend. De rechtbank heeft eiser met de brief van 30 januari 2025 in de gelegenheid gesteld om dit gebrek te herstellen. Daarbij is eiser er op gewezen dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien hij het verzuim niet herstelt. Eiser heeft hier niet op gereageerd. Daarmee is het verzuim niet hersteld.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in tegenwoordigheid van mr. F.E. Brokke, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: .

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Art. 8:54 van de Algemene wet bestuusrecht (Awb) maakt dit mogelijk.