Vreemdelingenrecht

Vervolgberoep bewaring – beroep ongegrond

Rechtbank Den Haag, 9 december 2025

Zaakgegevens

Op 9 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
9 december 2025
Datum publicatie
9 december 2025
Zaaknummer
NL25.59584
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:23464
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vervolgberoep bewaring – beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.59584


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. K.P.E. van Tulden),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 10 augustus 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 9 december 2025 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1992 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in het laatste beroep op 4 november 2025.

4. Eiser brengt naar voren dat op grond van de voortgangsrapportage niet kan worden gesteld dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt en dat ook niet kan worden gesteld dat voldoende zicht op uitzetting ontbreekt.

5. De rechtbank volgt eiser hierin. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat verweerder in de te beoordelen periode twee maal schriftelijk heeft gerappelleerd over de lp-aanvraag bij de Algerijnse autoriteiten en dat er twee vertrekgesprekken zijn gevoerd met eiser. Op 3 december 2025 is eiser gepresenteerd aan de diplomatieke vertegenwoordiger van Algerije. Zijn nationaliteit is nogmaals bevestigd en de vertegenwoordiger heeft aangegeven bereid te zijn om een vervangend reisdocument te verstrekken. Vervolgens is op 4 december 2025 een vlucht aangevraagd.

6. Ook de ambtshalve toetsing leidt niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment in de te beoordelen periode onrechtmatig was.

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan op 9 december 2025 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Vreemdelingenwet 2000. Zie de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 26 augustus 2025,
ECLI:NL:RBDHA:2025:15892, 30 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:17979 en 5 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:20563.
Laissez-passer.