Vreemdelingenrecht

Geen gronden; niet-ontvankelijk

Rechtbank Den Haag, 18 december 2025

Zaakgegevens

Op 18 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
18 december 2025
Datum publicatie
22 december 2025
Zaaknummer
AWB 22/5625
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:24840
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Geen gronden; niet-ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 22/5625


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer] ,

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 30 juni 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot afgifte van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde niet in behandeling genomen.

Eiser heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 18 augustus 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb bevat het beroepschrift ten minste de gronden van het beroep. Dat zijn de punten waarop degene die beroep instelt het niet eens is met het bestreden besluit.

2. Als er geen gronden worden ingediend, kan de rechtbank op grond van artikel 6:6 van de Awb het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Dat houdt in dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. De rechtbank moet dan wel eerst een mogelijkheid tot herstel bieden.

3. Het beroepschrift van eiser bevat geen gronden. Daarom heeft de rechtbank op 23 september 2022 middels een bericht aan eiser gevraagd om binnen vier weken alsnog gronden in te dienen. Op dit bericht is geen reactie gekomen. Eiser heeft daarna ook niet gereageerd op de verzoeken van de rechtbank van 15 juli 2025 en 4 augustus 2025 om de actuele stand van zaken mede te delen.

4. Gelet hierop is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Deze uitspraak is gedaan op 18 december 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Gasi, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Algemene wet bestuursrecht.